Onderzoeker van de week: Ron van Noorden

KWF.nl > Onderzoek > Dit onderzoek maken we mogelijk > Onderzoeker van de week: Ron van Noorden

​Het is een bizarre puzzel om aan te werken, maar ook heel spannend.

Prof. dr. Ron van Noorden

Geluk bij een ongeluk door een mutatie in hersentumorcellen

​Het onderzoek van Ron van Noorden kent een flink voortraject. Hij deed lange tijd celbiologisch onderzoek naar de gereedschappen die kankercellen gebruiken om uit te zaaien. Daarbij raakte hij gefascineerd door de genetische instabiliteit van tumoren: tussen al de mutaties (fouten in het DNA) van tumorcellen zit vaak iets dat dodelijk voor de tumorcel zelf is, maar sommige mutaties bieden juist een sterkere overlevingskans voor de tumorcel. En dat maakt dat een tumor, een verzameling van zulke tumorcellen, tot rare dingen in staat is.

De laatste jaren onderzoekt van Noorden mutaties bij een type hersentumor waar onderzoekers tot voor kort weinig van begrepen: glioblastomen. Dat zijn zeer kwaadaardige vormen van gliomen, die ontstaan in het steunweefsel (de gliacellen) van de hersenen. In 2009 las van Noorden een publicatie in het toonaangevende blad Science, waarin wetenschappers schreven over een mutatie die veel bleek voor te komen in secundaire glioblastomen (de secundaire vorm is wat minder agressief). Zo vaak, dat er sprake leek van een oorzakelijk verband. Maar er was nog iets anders met die mutatie aan de hand, iets vreemds: mensen met een glioblastoom mét de mutatie bleven gemiddeld een jaar langer in leven dan glioblastoompatiënten zonder die mutatie. Dat was het moment waarop er een lampje ging branden bij professor van Noorden: de mutatie zorgt niet alleen voor het ontstaan van glioblastoom, maar maakt de tumorcellen óók gevoeliger voor bestraling.

Van Noorden legt uit dat dat te maken heeft met het effect van de mutatie: ‘Door de mutatie in het DNA wordt een bepaald eiwit, een enzym, van vorm veranderd. Dat zorgt ervoor dat het enzym zijn werk niet goed meer doet en een ‘oncometaboliet’ gaat maken: een kankerverwekkende stof. Het hele onderzoeksveld richtte zich toen op hoe dat kon, maar wij gingen juist onderzoeken waarom patiënten ondanks die mutatie langer bleven leven.’
 
De hersenkankercellen kunnen de schade van bestraling niet langer meer opruimen
 

Verstoorde afvalverwerking

Wat blijkt: het heeft te maken met een belangrijke functie die het enzym normaal gesproken verricht. In normale hersencellen maakt dit enzym het stofje NADPH, dat cellen ‘ontgift’ van schadelijke afvalstoffen. In kankercellen met het gemuteerde enzym is aanzienlijk minder NADPH, en gaat het mis met die ontgifting, weet van Noorden. En dat is goed nieuws voor de patiënt: ‘De hersenkankercellen die door de mutatie nauwelijks nog NADPH maken, leggen veel sneller het loodje door bestraling. Ze kunnen de schade van de bestraling niet langer meer opruimen.’ 

Uit die realisatie volgde het idee voor een nieuw onderzoek, waarin van Noorden en zijn onderzoeksgroep nauw samenwerken met de onderzoeksgroep van William Leenders en Paul Span van het RadboudUMC in Nijmegen. Zij gaan bekijken of het effect van de mutatie is na te bootsen in patiënten die de mutatie niet hebben. ‘De vraag is of we patiënten lokaal NADPH-remmers kunnen geven waardoor hun hersentumorcellen ook gevoeliger worden voor bestraling. Dat is boerenslimheid, waarvan we hopen dat het werkt.’ 

Ik houd er niet van om te roepen dat we wel even de patiënten gaan genezen.
 

Struikelblokken en puzzelstukken

De weg naar de patiënt is echter wel nog lang, waarschuwt de onderzoeker: ‘We gaan dat middel natuurlijk testen, eerst op muizen, maar het is eigenlijk nog te vroeg om er iets over te zeggen. Ik houd er niet van om te roepen dat we wel even de patiënten gaan genezen. De realiteit is dat het in een kweekbakje voortreffelijk werkt, en daarom kunnen we dit vervolgonderzoek ook doen, maar op de lange weg naar de patiënt zijn er veel struikelblokken. Zoals de barrière tussen bloed en hersenen, die het lastig maakt om je geneesmiddel in de hersenen te krijgen. Maar we gaan nu eerst onderzoeken of we de kankercellen daadwerkelijk gevoeliger kunnen maken voor behandeling met de remmers.’

Het onderzoek naar de gemuteerde enzymen kan ook zijn weerslag hebben op andere tumoren, maar daar is de situatie zo mogelijk nog raadselachtiger. Van Noorden: ‘Bij acute myeloïde leukemie (AML) komt het enzym ook voor in dezelfde vorm als bij glioblastoom. Het wrange is alleen dat de mutatie bij leukemie géén levensverlenging geeft. We hebben goed contact met de Cleveland Clinic in Amerika, daar hebben ze een grote populatie AML-patiënten. Met hen gaan we proberen uit te zoeken waarom het bij glioblastoom wel levensverlengend werkt maar bij leukemie niet. Bij galbuistumoren zien we het gemuteerde enzym ook, en daar is het weer wél levensverlengend. Veel patiënten met galbuistumoren krijgen hun behandeling in het AMC, dus die gaan we ook zeker betrekken bij het onderzoek. Het is een bizarre puzzel om aan te werken, maar ook heel spannend.’
 
Om te benadrukken dat dit onderzoek echt teamwerk is, verzocht Ron van Noorden om boven het artikel niet een foto van hemzelf, maar van het hele onderzoeksteam te plaatsen. Van links naar rechts: Mohammed Khurshed, Remco Molenaar, Sanne van Lith, Ron van Noorden, William Leenders, Wikky Tigchelaar en Vashendriya Hira.

Select the Component and add.
Close

Dossier

​Naam: Prof. dr. C.J.F. (Ron) van Noorden
Instituut: Academisch Medisch Centrum
Vakgebied: Celbiologie
Start onderzoek: 1 augustus 2015
Looptijd: 4 jaar
Financiering KWF: 567.200,- euro

Meer onderzoekers

​Benieuwd wie er nog meer Onderzoeker van de week zijn geweest?
Bekijk het archief