Onderzoeker van de week: Rob Noorlag

KWF.nl > Onderzoek > Dit onderzoek maken we mogelijk > Onderzoeker van de week: Rob Noorlag

​De betrouwbaarheid van deze DNA-test ligt nu op 89%. Maar voor gebruik in de kliniek moet dat omhoog.

Rob Noorlag

Uitzaaiingen voorspellen bij mondholtetumoren

Per jaar krijgen ongeveer 500 Nederlanders een mondholtetumor. De vooruitzichten voor patiënten met zo’n tumor zijn sterk afhankelijk van of deze is uitgezaaid naar lymfeklieren in de hals. Voor een optimale behandeling is het dus belangrijk om dit te controleren. Maar ondanks alle mooie beeldvormende technieken van tegenwoordig (PET-scans, MRI, echografie) zijn uitzaaiingen kleiner dan 2-3 mm nog steeds niet zichtbaar te maken. Maar liefst 30 procent van alle uitzaaiingen is wel aanwezig, maar nog onzichtbaar.
 
Dit is een risico dat artsen hun patiënten absoluut niet willen laten lopen. Daarom verwijderen ze altijd een deel van de halslymfeklieren, ook bij patiënten met een mondholtetumor zonder zichtbare uitzaaiing. Om er zeker van te zijn dat eventuele uitzaaiingen worden weggenomen. Dat klinkt goed, maar het is een zware operatie met blijvende effecten. Zo kan de ingreep leiden tot een verlamde onderlip, lymfe-oedeem in het gezicht, of een schouder die minder goed functioneert dan voorheen. En dan blijkt achteraf ook nog dat voor 70% van de mensen de operatie niet nodig was geweest, omdat er geen uitzaaiingen waren.
 

Een combinatie van DNA-veranderingen

Hoog tijd om het over een andere boeg te gooien. Met alle vooruitgang die er de afgelopen jaren is geboekt in moleculair en genetisch onderzoek, komen er gelukkig steeds meer nieuwe technieken beschikbaar. Zo doet arts-onderzoeker Rob Noorlag in het UMC Utrecht onderzoek naar veranderingen die in DNA van sommige mondholtetumoren optreden. Uit eerder onderzoek van deze onderzoeksgroep, geleid door Stefan Willems, blijkt dat er in uitgezaaide tumoren unieke DNA-veranderingen zijn. Noorlag onderzoekt nu of er een bepaald palet van DNA-veranderingen valt samen te stellen die samen voorspellen of deze tumor uitzaait. Die kennis zou kunnen worden gebruikt voor de ontwikkeling van een standaardtest voor in het ziekenhuis. De test zou patiënten met een negatieve testscore (dus ‘geen uitzaaiing’) voldoende zekerheid moeten bieden om niet onnodig die zware operatie te hoeven ondergaan.
 
Mijn doel is dat we patiënten die operatie niet meer aan hoeven te doen als het niet nodig is
 

Van resultaat naar kliniek

Dat dit veelbelovend klinkt, betekent helaas niet dat zo’n test morgen al beschikbaar is. Noorlag legt uit dat er nog hordes te overwinnen zijn: 'Een test moet betrouwbaar zijn. Het risico om een patiënt niet te behandelen vanwege een negatief testresultaat terwijl er wel degelijk een uitzaaiing is, dat willen we echt niet nemen! De betrouwbaarheid van deze DNA-diagnostiek ligt nu op 89%. Maar voor gebruik in de kliniek moet dat omhoog. Als mijn onderzoek resultaat oplevert, kunnen we een uitgebreidere studie doen met tumormateriaal uit onze biobank. En daarna eventueel een grootschalige studie met tumormateriaal uit verschillende ziekenhuizen.'
 
Noorlag zelf gebruikt in het laboratorium geavanceerde methoden om het DNA in mondholtetumoren te onderzoeken. Zijn interesse daarin groeide tijdens zijn studie Geneeskunde. 'In het vierde jaar volgde ik het keuzevak Hoofd/Hals-anatomie en later co-schappen bij de Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie. Gaandeweg ben ik erg geïnteresseerd geraakt in het oncologische onderzoek van Robert van Es, één van de hoofdhalschirurgen. Als je ziet dat, ondanks alle moderne technieken, patiënten rondlopen met een beperking in hun schouder of een hangende lip, terwijl dat achteraf niet had gehoeven… Mijn doel is dat we patiënten die operatie niet meer aan hoeven te doen als het niet nodig is.'

Select the Component and add.
Close

Dossier

​Naam: R. (Rob) Noorlag
Instituut: Universiteit Utrecht
Vakgebied: Moleculaire biologie
Start onderzoek: nader te bepalen
Duur onderzoek: 2 jaar
Financiering KWF: 178.900,- euro

Samenwerking

Rob Noorlag werkt in dit onderzoek samen met Edwin Cuppen en Lodewyk Wessels, die eerder Onderzoeker van de Week zijn geweest.
Bekijk het archief