Onderzoeker van de week: Paul Coffer

KWF.nl > Onderzoek > Dit onderzoek maken we mogelijk > Onderzoeker van de week: Paul Coffer

​Ik wil onderzoek doen dat vertaalbaar is.

prof. dr. Paul Coffer

Uitzaaiingen in de kiem smoren

Als professor in de celbiologie staat Paul Coffer met zijn onderzoek aan de basis van nieuwe inzichten in de complexiteit van cellen en het ontstaan van de ziekte kanker. Maar hij is niet tevreden met enkel het vervullen van een wetenschappelijke nieuwsgierigheid: “Ik wil onderzoek doen dat vertaalbaar is. Het gaat me niet alleen om een proces begrijpen; ik wil het begrijpen omdat het voor therapie, prognose of diagnose belangrijk is. Voor de patiënt. Dat is mijn drive.”
 
Coffer is werkzaam op het UMC Utrecht en werkt veel samen met het Hubrecht Instituut, dat naadloos aansluit bij deze drive. Want hoewel het Hubrecht van oudsher bekend staat om excellent fundamenteel onderzoek, zijn het juist de toepassingen van deze onderzoeken die het laboratorium de afgelopen jaren verder op de kaart hebben gezet. “Met dank ook aan de samenwerking met het UMC Utrecht en het Cancer Center, waardoor je die technologie makkelijker van het lab naar het ziekenhuis brengt”, weet Coffer.
 
Voorbeelden van zulke technologieën die eerder al op deze website aan bod zijn geweest, zijn de organoïds van Hans Clevers en het onderzoek van Jacco van Rheenen, die in staat is om uitzaaiingen ‘live’ bewegend in beeld te brengen. Deze technologieën gebruikt Coffer ook in zijn onderzoeksproject.
 

SOX-4: een fout gen

Maar eerst de basis: in dit project staat een bepaald gen (een stukje DNA) centraal. Het gen SOX-4. “Dat is een gen dat we vaak terugzien bij tumoren met een hoge kans om uit te zaaien en met dus een slechte prognose voor de patiënt. In het vorige project, ook door KWF gefinancierd, hebben we in materiaal van borsttumoren onderzocht hoe dat nou werkte met dat SOX-4. Het blijkt dat het gen een heleboel andere genen aanstuurt, die op hun beurt maken dat een niet-dodelijke tumor verandert in een tumor die uitzaait.”
 
Met de proeven die ik nu doe kan ik duizend keer meer informatie genereren dan toen ik zelf promoveerde.
 
Coffer vervolgt: “Een paar dingen waren heel opvallend. Zo stimuleert SOX-4 de aanmaak van nieuwe bloedvaatjes. Daardoor is de tumor verzekerd van toevoer van voedingsstoffen én een mogelijkheid om via het bloed uit te zaaien. Hij maakt zijn eigen straatje en kan dan zó met de auto wegrijden. Ook zorgt SOX-4 er voor dat een verkeerd type immuuncellen wordt aangetrokken.”
 

Van kennis naar therapie

In het huidige KWF-project wil Coffer onderzoeken of hij die effecten van SOX-4 in de kiem kan smoren. “Tot nu toe was SOX-4 onderzoeken een kwestie van uitvogelen in cellijnen op een schaaltje, maar nu gaan we het bestuderen in organoïds: mini-tumoren van borstkankerpatiënten. Daarin kunnen we SOX-4 aan- en uitzetten en zien of dat daadwerkelijk uitzaaiing beïnvloedt. Dat doe ik samen met Jacco van Rheenen: zijn methode om uitzaaiingen live te bekijken geeft ons veel meer informatie over de processen van het uitzaaien.”
 
Ook dat is dan eigenlijk nog fundamenteel onderzoek, beaamt Coffer. “Maar de effecten waar ik het net over had, die kun je proberen te remmen. En dan heb je het over behandeling op maat: dat je straks bij nieuwe patiënten kunt identificeren of ze veel van dit SOX-4 hebben, en zo nodig meteen in kan grijpen met passende geneesmiddelen die bijvoorbeeld de aanmaak van nieuwe bloedvaten door de tumor verhinderen.”
 
Het klinkt nu misschien als een abc’tje dat dit onderzoek snel zijn weg vindt naar een concrete behandeling, maar Coffer waarschuwt dat dat niet is hoe wetenschap werkt: “Er is simpelweg nog zoveel dat we niet weten. Ik heb de biologie als onderzoeksgebied enorm zien veranderen. Met de proeven die ik nu doe kan ik duizend keer meer informatie genereren dan toen ik zelf promoveerde. Twintig jaar geleden was dat. Dat maakt niet dat we toen verkeerd bezig waren; we deden onderzoek op basis van wat we toen wisten. Het is goed om je te bedenken dat we ook nu nog lang niet alles weten.”
 
Coffer benadrukt tot slot dat hij er veel plezier uit haalt om al die nieuwe kennis te genereren. “Het werk is knetterdruk. Het is geen baan die je om half zes achterlaat, je neemt het mee naar huis. Maar het is ook een baan waarvan ik enorm geniet, met veel uitdaging. Ik zie het als een geluk dat ik onderzoek mag doen naar nieuwe mechanismen die in die in de toekomst hopelijk leiden tot een verbeterde behandeling van kanker.”

Het plaatje met de sokken rechts is de cover van het proefschrift van dr. Stephin Vervoort; hij promoveerde bij Paul Coffer op eerder onderzoek naar SOX4. Dit onderzoek vormde de basis voor dit onderzoek. Het design van de cover is van de hand van René Scriwanek.

Select the Component and add.
Close

Dossier

​​Naam: prof. dr. P.J. (Paul) Coffer
Instituut: Hubrecht Instituut
Vakgebied: Celbiologie
Start onderzoek: 1 januari 2016
Looptijd: 4 jaar
Financiering KWF: € 573.500,-