Onderzoekers van de week: Van Roozendaal en Smidt

KWF.nl > Onderzoek > Dit onderzoek maken we mogelijk > Onderzoekers van de week: Van Roozendaal en Smidt

Alle specialismen betrokken bij de zorg voor borstkankerpatiënten dragen bij aan dit belangrijke onderzoek.

Dr. Marjolein Smidt

Betere zorg op maat voor alle borstkankerpatiënten

​Borstkanker is wereldwijd de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Door betere behandelingsmogelijkheden zijn de overlevingskans enorm verbeterd. Drs. Lori van Roozendaal, promovendus, en dr. Marjolein Smidt, oncologisch chirurg aan het Maastricht UMC+, doen onderzoek naar de optimale borstkankerbehandeling op maat.

Nu steeds meer mensen borstkanker overleven, is er ook steeds meer aandacht voor de kwaliteit van leven. Ook na behandeling. Juist nu is het essentieel dat er onderzoek wordt gedaan naar borstkankerbehandeling met een optimaal resultaat en zo min mogelijk impact op het dagelijks leven van de patiënt.

Marjolein Smidt

In de huidige situatie worden vaak alle lymfeklieren uit de oksel verwijderd als de borstkanker is uitgezaaid naar de lymfeklieren. Dat is een ingrijpende operatie die veel nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt. Eén daarvan is lymfoedeem van de arm (vochtophoping). Lymfoedeem is een ernstige bijwerking die zorgt voor beperkingen in het dagelijks leven van de patiënt met een verslechtering van kwaliteit van leven tot gevolg. Klachten kunnen blijven bestaan, ondanks intensieve fysiotherapie en oedeemtherapie.

Als bij lichamelijk onderzoek en echo geen aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen in de lymfeklieren, kan worden volstaan met een kleinere, minder ingrijpende operatie van de oksel: de schildwachtklieroperatie. Hierbij wordt de schildwachtklier verwijderd (de eerste lymfeklier waar kankercellen naar uitzaaien) en onderzocht op uitzaaiingen. Als er uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn, worden alsnog alle lymfeklieren uit de oksel verwijderd of met bestraling behandeld. Amerikaans onderzoek heeft echter aangetoond dat dit niet altijd nodig is. 

Wanneer in de schildwachtklier beperkte uitzaaiingen worden gevonden, blijkt het niet altijd nodig alle lymfeklieren uit de oksel te verwijderen. Goed nieuws, want dit bespaart veel patiënten een ingrijpende operatie en vervelende bijwerkingen.
Lori van Roozendaal
 

Optimaal resultaat met minder bijwerkingen

Het Amerikaanse onderzoek focust zich op patiënten die borstbesparend behandeld worden. Van Roozendaal en Smidt werken aan de volgende stap: onderzoeken of de resultaten ook gelden voor patiënten bij wie de gehele borst moet worden verwijderd.
 
Smidt: 'Dit is een belangrijk Nederlands onderzoek, waar werkelijk alle specialismen betrokken bij zorg voor borstkankerpatiënten, aan bijdragen. De studie streeft een optimaal resultaat na zoals bij de huidige behandelwijze, maar met minder (ingrijpende) behandelingen. En daarmee dus ook met minder impact op het dagelijks leven van de patiënt. Zodat we naar een toekomst gaan, waarin we de patiënt een plan op maat kunnen aanbieden.'
 
In het onderzoek worden patiënten bij wie in de schildwachtklier beperkte uitzaaiingen zijn gevonden, in 2 groepen verdeeld: 1 groep bij wie alle lymfeklieren worden verwijderd, dan wel bestraald worden en 1 groep bij wie dit niet gebeurt. Voorafgaand aan, maar ook tijdens en na de behandeling worden zij door het onderzoeksteam gevolgd. Niet alleen door middel van medische onderzoeken, maar ook door de patiënt zelf vragen te stellen.
 
Van Roozendaal: 'Voorafgaand aan de behandeling vragen we de patiënten een aantal vragen te beantwoorden en specifieke aspecten van hun gezondheid en dagelijks leven te beoordelen. Dit doen we nogmaals op verschillende momenten na de behandeling. Zo zien we ook in hoeverre de ervaringen van de 2 groepen van elkaar verschillen.'
 
Met het onderzoek wil het team bijdragen aan een betere behandeling op maat en daarmee een verbeterde kwaliteit van leven voor alle borstkankerpatiënten.

Select the Component and add.
Close

Dossier

​Namen: drs. L.M. (Lori) van Roozen-daal en dr. M.L. (Marjolein) Smidt
Instituut: Maastricht UMC+
Start onderzoek: 1 juni 2014
Vakgebied: Heelkunde
Looptijd onderzoek: 42 maanden
Financiering KWF: 552.260,- euro