Onderzoeker van de week: Jacqueline Loonen

KWF.nl > Onderzoek > Dit onderzoek maken we mogelijk > Onderzoeker van de week: Jacqueline Loonen

​Geen biologisch eigen kind kunnen krijgen heeft een enorme
impact op het leven van overlevers van kinderkanker.

Dr. Jacqueline Loonen

​Onvruchtbaarheid - een onderbelicht gevolg van kinderkanker

Ieder jaar krijgen zo’n 500 kinderen kanker. Op veel te jonge leeftijd worden zij geconfronteerd met pijn, verdriet, angst, onzekerheid en de dood. Tegenwoordig overleeft gelukkig een overgrote meerderheid, maar de ziekte en behandeling eisen hun tol. Veel kinderen houden er blijvende klachten aan over zoals leerproblemen, ernstige vermoeidheid, hartfalen en botafwijkingen.
 
Met het groeiend aantal overlevers worden de gevolgen op latere leeftijd steeds beter zichtbaar. Dit heeft geleid tot de opkomst van de late-effectenzorg. Kinderoncoloog Jacqueline Loonen was één van de pioniers: “Ik ben jarenlang verantwoordelijk geweest voor stamceltransplantaties bij kinderen met leukemie. Dat is een heel intensieve behandeling, waarvan je weet dat er veel late effecten zijn. Ik heb toen in het Radboudumc het Expertisecentrum voor Late Effecten na Kanker opgezet.”
 

Ongewenste kinderloosheid

Twee keer per week houdt Jacqueline spreekuur voor volwassenen die op kinderleeftijd kanker hebben gehad. Eén kwestie valt haar steeds vaker op: “Ik merk dat jonge mannen erg onzeker zijn over hun vruchtbaarheid. Het staat sommigen zelfs in de weg een relatie aan te gaan. Veel mannen vinden het moeilijk om het ter sprake te brengen, maar als ik erover begin, merk ik dat het een heel belangrijk issue is. Het niet kunnen krijgen van een biologisch eigen kind kan een enorme impact hebben.”
 
Ik merk dat jonge mannen erg onzeker zijn over hun vruchtbaarheid.
 
Volgens Loonen is de omvang van het probleem niet goed bekend: “Geschat wordt dat 1 op de 5 jongens na kankerbehandeling onvruchtbaar is, maar precieze cijfers ontbreken.” Ook onduidelijk is welke patiënten het grootste risico lopen: “Uit voorzorg vertellen we alle patiënten dat ze rekening moeten houden met verminderde vruchtbaarheid, maar misschien hoeft dat helemaal niet bij iedereen. Van sommige behandelingen is bekend dat ze tot onvruchtbaarheid kunnen leiden, zoals alkylerende chemotherapie en totale lichaamsbestraling, maar van de meeste behandelingen is dat verband nooit onderzocht.”
 

Zaadkwaliteit

Daar hoopt Jacqueline de komende jaren verandering in te brengen. In een grote studie verzamelt ze gegevens van alle mensen die sinds 1963 kanker hebben gehad op kinderleeftijd: “Bij iedereen die mee wil doen aan het onderzoek gaan we de zaadkwaliteit bepalen, bloedonderzoek doen en vragenlijsten afnemen. Dat leggen we naast de gegevens uit de dossiers:  welke kanker hadden ze en hoe zijn ze behandeld? Met dat totaalplaatje hopen we de risicofactoren voor onvruchtbaarheid in kaart te brengen.” 
 
We willen graag weten welke kinderen een reële kans op onvruchtbaarheid hebben.
 
Die kennis is onmisbaar om richtlijnen op te kunnen stellen. Bijvoorbeeld om te bepalen welke patiënten voor vruchtbaarheidsbehoudende ingrepen in aanmerking komen: “Vanaf de puberteit kun je vóór de behandeling zaad invriezen. Daarmee kunnen patiënten op latere leeftijd alsnog een biologisch eigen kind krijgen. Bij jongere kinderen is de zaadproductie nog niet op gang gekomen, maar we kunnen wel zaadbalweefsel afnemen. De verwachting is dat we daar rijpe zaadcellen uit kunnen kweken tegen de tijd dat er een kinderwens is. We willen jonge patiënten echter niet onnodig belasten met deze experimentele, behoorlijk ingrijpende behandeling. Daarom willen we graag weten welke kinderen een reële kans op onvruchtbaarheid hebben.”
 

Testosteron

Behalve de zaadkwaliteit zal ook het testosterongehalte in het bloed worden gemeten. Jacqueline legt uit waarom dat belangrijk is: “Onvoldoende testosteronproductie kan klachten geven zoals minder ontwikkelde spieren, vermoeidheid en een verhoogde kans op hartproblemen. Het is belangrijk om te weten welke patiënten dat risico lopen. Zij kunnen dan tijdig testosteron aangevuld krijgen.”
 

Primeur

Uniek aan het onderzoek is dat ook een controlegroep van gezonde mannen aan de studie meedoet: “Wereldwijd is nog nooit op deze schaal de vruchtbaarheid vergeleken tussen kinderkankeroverlevers en een groep gezonde mannen. Dat gaat ons hopelijk heel veel nieuwe inzichten opleveren.” Jacqueline benadrukt nog maar eens waarom dat relevant is: “Onvruchtbaarheid is een onderbelicht probleem bij de behandeling van kanker, terwijl het een enorme impact op de kwaliteit van leven heeft. In die zin is het een heel belangrijk onderzoek.”

Select the Component and add.
Close

Dossier

​Naam: dr. J. (Jacqueline) Loonen
Instituut: Radboudumc
Vakgebied: kinderoncologie
Start onderzoek: 1 juli 2017
Looptijd: 4 jaar
Financiering KWF: € 570.042,20

Late effecten

Op de website van SKION LATER vind je informatie over de langetermijneffecten van kinderkanker en de late-effectenpoliklinieken die er in Nederland zijn.
Ga naar SKION LATER