Onderzoeker van de week: Emine Kiliç

KWF.nl > Onderzoek > Dit onderzoek maken we mogelijk > Onderzoeker van de week: Emine Kiliç

​Wij zoeken uit hoe je makkelijker kunt onderzoeken wat voor DNA-afwijking de tumor van de patiënt heeft.

Dr. Emine Kiliç

Liever een bloedtest dan een oogbiopt

In Nederland worden bij zo’n 120 tot 150 mensen per jaar een oogmelanoom ontdekt, een tumor van de pigmentcellen in het oog. Vaak gebeurt dat bij een toevallige controle, want 30% van de patiënten heeft er (nog) geen last van. De gemiddelde leeftijd van mensen met een oogmelanoom is 60 jaar. Als het op tijd ontdekt wordt, is een oogmelanoom goed te behandelen. ‘Goed’ betekent: zó nauwkeurig bestralen dat de tumor volledig verwijderd wordt en het oog behouden blijft.
 
Toch is 5 jaar na de diagnose de helft van de patiënten overleden. Dat komt doordat veel oogmelanomen al heel vroeg uitzaaiingen veroorzaken. Meestal zijn die zo klein dat ze bij diagnose nog niet te zien zijn op een scan.  Pas een paar jaar later  groeien zulke micro-uitzaaiingen uit tot nieuwe tumoren, vaak in de lever. Die blijken dan niet of nauwelijks nog te bestrijden.  Een van de mogelijke behandelingen is een deel van de lever verwijderen zodra de eerste uitzaaiing op een scan zichtbaar is. Dat geeft levensverlenging, maar als ook in de rest van de lever de uitzaaiingen opkomen, zijn er in Nederland alleen nog enkele palliatieve trials.
 

Prikken in het oog

Dit frustreert oogarts en kankeronderzoeker dr. Emine Kiliç mateloos. ‘We kunnen dus wel hun oogtumor bestrijden, maar op langere termijn hebben we deze patiënten niets te bieden!’ Bovendien duurt het haar allemaal veel te lang. 'Patiënten moeten steeds wachten. Op de uitslag van de lever-echo, op een CT-scan, op de uitslag van de CT-scan, op de operatie.´ 

Ze wil mensen die waarschijnlijk uitzaaiingen gaan krijgen veel eerder kunnen  identificeren en informeren en dan die uitzaaiingen al véél eerder bestrijden. In theorie kan dat. Genetisch onderzoek van de cellen van oogmelanomen afkomstig uit verwijderde ogen laat een verband zien tussen chromosoombeschadigingen, het risico op uitzaaiingen en de 5-jaars overleving.
 
In Nederland willen mensen geen prognose weten als daarvoor in je oog geprikt moet worden. Dat vinden ze eng.
 
Zo is er een mutatie die er toe leidt dat een patiënt binnen een jaar of 4-5 uitzaaiingen krijgt. Er is ook een ‘beschermende’ mutatie: deze mensen met krijgen juist géén uitzaaiingen. Maar hoe dat komt  is onbekend.  Er is ook een mutatie die pas na 6 tot 7 jaar uitzaaiingen geeft. Kiliç: ‘Dat effect was bijna gemist, vanuit andere onderzoeken dacht men dat die mensen geen uitzaaiingen kregen. Maar als je ze langer in de gaten houdt, zie je dat het alsnog mis gaat.’
 
Als je precies weet welke mutaties of  DNA-variaties een oogmelanoom heeft, kun je bijvoorbeeld patiënten die een hoog risico lopen al vroeg een behandeling  geven om de micro-uitzaaiingen te bestrijden. Of ze eerder op uitzaaiingen controleren. Alleen: het is bij een oogsparende behandeling  bijna nooit mogelijk om het DNA van de tumor te onderzoeken, want daarvoor moet er een biopt van het oog genomen worden. Hoewel de kans op complicaties klein is, voelen de meeste patiënten daar niets voor. Kiliç: 'In Nederland willen mensen geen prognose weten als daarvoor in je oog geprikt moet worden. Dat vinden ze eng. En er is toch nog geen behandeling voor. Wij zoeken nu uit hoe je makkelijker kunt onderzoeken wat voor DNA-afwijking hun tumor heeft.'
 

Circulerend tumor-DNA

Bij andere soorten kanker is het soms mogelijk om in het bloed van de patiënt losse stukje tumor-DNA te vinden en te analyseren. Kiliç wil dat ook bij mensen met een oogmelanoom gaan doen en hoopt zo biomarkers  te vinden waaraan je kunt zien of patiënten een hoog risico op uitzaaiingen hebben of niet. Haar team onderzoekt daartoe bloedmonsters van patiënten van wie al bekend is of ze uitzaaiingen gekregen hebben. Dat kan dankzij de databank waarin de afdeling al sinds 1992 weefsel, bloed en medische gegevens opslaat van mensen met oogmelanomen.
Intussen zijn onderzoeksgroepen elders in de wereld op zoek naar de juiste match tussen DNA-afwijking en geschikte anti-tumormedicatie. Kiliç: ‘Je hoeft niet alles zelf te doen. Ik weet dat ze er heel hard mee bezig zijn. De oogmelanoomwereld is vrij klein.’

Als het goed is komen in de nabije toekomst de resultaten van beide onderzoekslijnen bij elkaar. Kiliç zal kansrijke behandelingen eerst testen op losse oogmelanoomcellen. ‘Ik gebruik patiënten niet graag als proefpersonen.’ Bij succes volgen clinical trials met patiënten, die uiteindelijk moeten leiden tot gerichte behandelingen om de kans op uitzaaiingen voor patiënten met een oogmelanoom te reduceren.

Select the Component and add.
Close

Dossier

​Naam: Dr. E. (Emine) Kiliç
Instituut: Erasmus MC
Vakgebied: oogheelkunde
Start project: 1 januari 2015
Looptijd: 48 maanden
Financiering KWF: 650.000,- euro