Kinderoncologisch toponderzoek

Meisje met zonde en pop

Steeds meer kennis over kinderkanker

Kanker bij kinderen is een zeldzame aandoening. Toch is het de tweede meest voorkomende doodsoorzaak bij kinderen (lees: ongevallen zijn de meest voorkomende doodsoorzaak). In Nederland krijgen elk jaar ruim 500 kinderen (0 t/m 17 jaar) een vorm van kanker. Ruim 75% geneest. Om kinderen met kanker te helpen, financiert en faciliteert KWF onderzoek naar kinderkanker.

Onderzoek over de hele breedte

In de periode 2009-2018 financierde KWF 75 kinderoncologische onderzoeksprojecten. Dit gaat om een bedrag van ruim € 35 miljoen. Dit geld is gebruikt om de hele breedte van het kinderoncologische veld te ondersteunen. Daarmee bedoelen we onderzoek naar alle belangrijke tumorvarianten, het ontstaan van kinderkanker (ook wel fundamenteel onderzoek genoemd) en het testen van nieuwe behandelingen in de praktijk (ook wel translationeel en klinisch onderzoek genoemd). Ook nazorg krijgt de nodige aandacht, met psychosociale onderzoeksprojecten en onderzoeken naar langetermijneffecten van behandelingen. Bovendien wordt er sinds kort ook onderzoek gedaan naar jongvolwassenen met kanker, om hen een behandeling op maat te bieden. 

Fundamenteel onderzoek: het ontstaan van kanker bij kinderen

Een groot gedeelte van de toegekende onderzoeken betrof fundamenteel onderzoek: onderzoek naar het ontstaan en de ontwikkeling van kanker bij kinderen. Dit is nodig om beter te begrijpen waarom tumoren bij kinderen ontstaan. Er is namelijk een groot verschil tussen kanker op kinderleeftijd en kanker bij volwassenen. De soort kanker is anders, de onderliggende biologie is anders, de behandeling is anders, en de overlevingskansen zijn anders.

Een voorbeeld van fundamenteel onderzoek is het onderzoek van dr. Sophia Bruggeman. Aan het UMC Groningen onderzoekt ze hoe hersentumoren bij kinderen verschillen van hersentumoren bij volwassenen. Gerichte medicatie die bij volwassenen of oudere kinderen wél aanslaan, kunnen bijvoorbeeld weinig uithalen bij jongere kinderen. Bruggeman onderzoekt wat hier op DNA-niveau aan ten grondslag ligt, in de hoop dat kinderen in de toekomst betere behandeling op maat kunnen krijgen.

Translationeel/klinisch onderzoek: nieuwe en betere behandelingen

Kennis uit fundamenteel onderzoek wordt in translationeel en klinisch onderzoek doorontwikkeld naar toepassingen voor de patiënt. Een voorbeeld is het onderzoek van dr. Dannis van Vuurden. Hij richt zich op een probleem bij behandeling van hersentumoren, namelijk de bloed-hersenbarrière. Dit beschermende vliesje beschermt de hersenen tegen invloeden van buitenaf, maar maakt het ook moeilijk om medicijnen bij een hersentumor te krijgen. Van Vuurden onderzoekt of het mogelijk is om deze barrière tijdelijk open te trillen, zodat medicijnen wél op de juiste plek kunnen komen. Daarbij richt hij zich in eerste instantie op hersenstamtumoren, een zeldzame en ongeneeslijke vorm van kinderkanker

Psychosociaal onderzoek

Kanker heeft een enorme impact op zowel het kind als de naasten. KWF financiert diverse onderzoeksprojecten om ook op dit terrein resultaat te boeken. Een voorbeeld is het onderzoek van prof. Gertjan Kaspers. Aan het VUmc onderzoekt hij slaapproblemen bij kinderen met leukemie.

KWF financiert bovendien al 20 jaar de Vereniging Ouders, Kinderen en Kanker (VOKK). De VOKK steunt gezinnen met een kind met kanker en werkt aan optimale zorg voor kind en gezin tijdens en na de behandeling. De financiering loopt via de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties, een samenwerkingsverband van een groot aantal patiëntenorganisaties. 

Onderzoek naar late effecten

Door de toegenomen behandelmogelijkheden overleven gelukkig veel kinderen met kanker. Maar soms keert de ziekte op latere leeftijd terug. Ook kunnen de behandelingen op latere leeftijd nog voor bijwerkingen zorgen. Aan het Radboudumc onderzoekt prof. Jacqueline Loonen hoe het kan dat mannen onvruchtbaar worden, nadat ze chemotherapie kregen als kind. Er wordt geschat dat dit voor 1 op de 5 patiënten het geval is. Maar het is onduidelijk welke groep het grootste risico loopt en of een andere behandeling dan niet beter is.

In een vergelijkbaar project onderzoekt dr. Margreet Veening het risico op nierschade op latere leeftijd, na behandeling voor kinderkanker. Haar project maakt onderdeel uit van het grotere SKION-LATER consortium. Dit is een landelijk initiatief waarin de Nederlandse kinderoncologische behandelcentra de krachten bundelen om in kaart te brengen welke ongewenste lange-termijn effecten van kinderkankerbehandeling kunnen optreden. 

Het Prinses Maxima Centrum

Sinds 5 juni 2018 kunnen kinderen en hun ouders in het Prinses Máxima Centrum (PMC)  in Utrecht terecht voor goede zorg, gecombineerd met hoogwaardig onderzoek. Dit topinstituut bundelt de krachten om kennis en ervaring op te bouwen en specialisten op te leiden om de steeds complexere behandeling van kinderkanker uit te voeren en te verbeteren.

KWF ondersteunt het initiatief van het PMC om de krachten te bundelen binnen één topinstituut. In 2013 sprak KWF de intentie uit om het PMC te ondersteunen via financiering van onderzoeksprogramma’s. Om het centrum een vliegende start te bezorgen, reserveerde KWF een totaalbudget van € 8 miljoen voor de eerste jaren.

Mijlpalen geschiedenis KWF en kinderoncologie

De betrokkenheid van KWF bij kinderkanker kent een lange geschiedenis. Sinds 1949, het oprichtingsjaar van KWF, zijn er veel mijlpalen bereikt op het gebied van kinderoncologie.

1974 – Tv-uitzending in het teken van kanker bij kinderen
Deze grote massamedia-actie ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van KWF stond helemaal in het teken van kanker bij kinderen. De tv-uitzending levert het enorme bedrag van 62,3 miljoen gulden op voor het fonds ‘Geven voor Leven’. De opbrengst werd besteed aan kinderoncologisch onderzoek en de oprichting van 4 kinderoncologische centra in Amsterdam, Groningen, Nijmegen en Rotterdam.

De centra kregen tevens de beschikking over 'doelvermogens'; bedragen die niet rechtstreeks worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en zorg, maar worden vastgezet. De rente vormt dan een bron van inkomsten.

1982 - KWF-leerstoelen
Voor het eerst werden er 2 bijzondere KWF-leerstoelen ingesteld. Doel hiervan was om nieuwe, belangrijke, zich snel ontwikkelende gebieden te stimuleren. Op 1 januari 1982 werd prof. dr. D.J.Th. Wagener benoemd tot bijzonder hoogleraar medische oncologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en werd prof. dr. P.A. Voûte benoemd tot bijzonder hoogleraar kinderoncologie aan de Universiteit van Amsterdam.

1992 – Extra investering kinderoncologische centra
KWF stelde nog eens ruim 10 miljoen gulden beschikbaar voor de doelvermogens van de 4 kinderoncologische centra in Amsterdam, Groningen, Nijmegen en Rotterdam. Zij ontvingen elk een extra bedrag van 2,6 miljoen gulden. 

2005 – Specifieke onderzoekscall voor kinderoncologische projecten
KWF zette een specifieke onderzoekscall uit om onderzoekers te stimuleren tot het indienen van projectvoorstellen op het gebied van kinderoncologie. Dat resulteerde in de financiering van 7 onderzoeksprojecten voor ruim € 4 miljoen.

2007-2011 – Samenwerken aan een betere toekomst voor het kind met kanker
Binnen de beleidsperiode 2007-2011 formuleerde KWF kinderoncologie als belangrijk focusgebied. In het speerpunt ‘Samenwerken aan een betere toekomst voor het kind met kanker’ werd kinderoncologisch onderzoek verder gestimuleerd en gefinancierd.

KWF richtte voor het beoordelen van projecten binnen dit speerpunt een speciale commissie kinderoncologie onder de Wetenschappelijke Raad (WR) op. Ook stichting KiKa werkte met deze ad-hoccommissie, tot de oprichting van de KiKa WR in 2012.

2016 - Prinses Maxima Centrum
Op 8 februari 2016 ging de eerste paal van het Prinses Máxima Centrum de grond in. Het nationaal kinderoncologisch onderzoeksprogramma werd met de komst van het PMC verder versterkt. Op 5 juni 2018 opende het instituut haar deuren.