Interview met prof. dr. Gerrit Meijer

KWF.nl > Onderzoek > Algemene informatie voor onderzoekers > Interview met prof. dr. Gerrit Meijer

​Het feit dat KWF zo in ontwikkeling is, was voor mij een belangrijke reden om de rol als voorzitter op me te nemen.

Prof. dr. Gerrit Meijer

​Samenwerken aan de missie van KWF

Prof. dr. Gerrit Meijer, hoofd van de afdeling Pathologie van VU medisch centrum in Amsterdam, is sinds 1 april 2014 voorzitter van de Wetenschappelijke Raad (WR) van KWF Kankerbestrijding. De ervaren patholoog is een vooraanstaand wetenschapper op het gebied van vroegdiagnostiek en therapieoptimalisatie bij kanker van het maagdarmkanaal. Als voorzitter van de WR heeft hij een belangrijke rol bij het adviseren van KWF over haar subsidiebeleid inzake wetenschappelijk kankeronderzoek.

Waarom heb je 'ja' gezegd tegen het voorzitterschap?

'Vanuit verschillende hoeken begint men anders tegen financiering van onderzoek aan te kijken. De samenleving volgt steeds kritischer wat onderzoekers met publiek geld aan het doen zijn, dus het is belangrijk dat subsidieverstrekkers nog actiever toezicht houden. Ik heb uit ervaring gemerkt dat een intensievere manier van samenwerken niet beperkend, maar juist erg stimulerend is. In het begin stond ik wel even te kijken als de subsidieverstrekker aanschoof bij een werkbespreking, maar uiteindelijk bleek dat heel veel flexibiliteit op te leveren. Je kunt makkelijker bijsturen en terugkoppelen en als er kansen liggen, kun je die sneller benutten. Dat was voor mij een eyeopener. Ook KWF ontplooit zulke initiatieven en dat juich ik van harte toe. Het feit dat KWF zo in ontwikkeling is, was voor mij een belangrijke reden om de rol als voorzitter op me te nemen.'

Krijg je de WR-leden mee in die visie?

'We hebben daar de afgelopen vergadering uitgebreid over gesproken. De WR wil graag positief en constructief meedenken. Eén van de uitdagingen is om in goede afstemming met KWF te kijken hoe we het voor iedereen werkzaam en efficiënt kunnen maken. De WR ziet steeds meer onderzoeksvoorstellen in een steeds hoger tempo voorbijkomen. De uitdaging is om te zorgen dat wetenschappelijk onderzoek zo goed mogelijk wordt ingezet om de missie van KWF te realiseren. In mijn ogen kan dat anders dan door vrijwel iedere maand een subsidiemogelijkheid aan te bieden.'

De uitdaging is om te zorgen dat wetenschappelijk onderzoek zo goed mogelijk wordt ingezet om de missie van KWF te realiseren.

Hoe?

'Ik denk dat KWF de onderzoekers in het land nog duidelijker moet maken wat voor aanvragen zij wil zien en welke kwaliteit zij verwacht. Het is zonde dat aanvragers, beoordelaars en de WR heel veel tijd besteden aan aanvragen die eigenlijk niet zijn toegesneden op het realiseren van de missie. We moeten helder krijgen wat we nou eigenlijk willen met het onderzoek vanuit KWF. Hoe moeten de projecten eruitzien en hoe gaan we het onderzoeksveld daarin betrekken? Verder denk ik dat we nog beter moeten nagaan welk type financiering het beste past bij welk type onderzoek. Daarbij is het fundamentele onderzoek een cruciale pijler van toekomstige vernieuwingen in de patiëntenzorg.'

Wat merkt de patiënt hiervan?

'Een van mijn drijfveren en een van de dingen waar we binnen KWF en de WR gelukkig heel veel oog voor hebben, is nieuwe ontwikkelingen snel en efficiënt bij de patiënt brengen. Om uitkomsten voor patiënten te verbeteren, moet je het medisch handelen veranderen en als je het medisch handelen wilt veranderen, moet je richtlijnen veranderen en als je richtlijnen wilt veranderen, moet je daar argumenten voor hebben. We moeten dus onderzoek financieren dat het bewijs oplevert waarmee we richtlijnen kunnen aanpassen en uitkomsten voor patiënten kunnen verbeteren. In dit proces zijn nog wel wat verbeterslagen mogelijk.'

Hoe staat het kankeronderzoek ervoor in Nederland?

'Goed denk ik. Je kunt overal wat van vinden en alles kan beter, maar Nederland heeft zonder meer een setting die veel kansen biedt. We hebben een relatief grote populatie op een klein oppervlak en het onderzoek is goed georganiseerd in een beperkt aantal uitstekende centra. Dat maakt het mogelijk om frequent en makkelijk interactie te hebben. Iedereen kan ergens in het midden van het land een vergadering bijwonen en dezelfde avond weer thuis zijn. In het buitenland wordt vaak met jaloezie gesproken over ons niveau van samenwerking.'

Samenwerken is niet bedreigend, maar biedt veel kansen en is ook inhoudelijk stimulerend.


Van welke ontwikkelingen verwacht je de komende jaren het meest?


'Ik denk dat we een tweede fase van de genomics gaan zien. Het menselijk genoom is nu ruim 10 jaar bekend, maar hoeveel problemen hebben we daar nu daadwerkelijk mee opgelost? Ik denk dat we er wat naïeve verwachtingen van hadden. Inmiddels hebben we veel beter in de gaten hoe we met dat krachtige instrument om moeten gaan en wat we daar aan samenwerking, logistiek en infrastructuur - denk aan biobanking – voor nodig hebben. Dit zal zich vertalen in preciezere diagnostiek en behandeling op maat (personalized medicine). Verder verwacht ik veel van technologische vernieuwingen op het gebied van imaging. Als je ziet hoe belangrijk imaging is in de diagnostiek dan denk ik dat we op dat gebied heel veel mooie ontwikkelingen tegemoet kunnen zien.'

Welke boodschap wil je aan het onderzoeksveld meegeven?

'Samen bouwen aan concrete oplossingen voor patiënten is wetenschappelijk minstens even spannend als in je eentje opereren. Samenwerken is niet bedreigend, maar biedt veel kansen en is ook inhoudelijk stimulerend.'

Select the Component and add.
Close