Hyperthermie: een warme belofte

KWF.nl > Onderzoek > Wat we bereiken met onderzoek > Hyperthermie: een warme belofte

​Waarom zetten we hyperthermie niet vaker in?

Dr. Arlene Oei

Dr. Arlene Oei gepromoveerd op veelbelovend onderzoek naar hittebehandeling

Sinds vrijdag 24 maart is dr. Arlene Oei in het trotse bezit van haar doctorstitel. Op die dag promoveerde ze op het onderwerp hyperthermie bij baarmoederhalskanker. Dit promotieonderzoek, dat ze uitvoerde in het AMC, kreeg financiering van KWF. Daarom vertelt ze graag aan KWF-donateurs dat deze financiering goed is terechtgekomen: “Hyperthermie bestaat al sinds de jaren ’80 en het is ook al langer duidelijk dat het goed werkt. Waarom zetten we het dan niet vaker in? Die vraag stel ik in mijn proefschrift.”
 
Voor ze die vraag beantwoordt, eerst nog even een korte samenvatting van wat hyperthermie nou eigenlijk is: het verhogen van de temperatuur in de tumor tot zo’n 42°C voor gedurende een uur. De opwarming gebeurt in speciaal daarvoor ontwikkelde systemen. Zonder al te technisch te worden: denk aan een kraag bij hoofd-halstumoren en een soort magnetron bij tumoren in het bekkengebied (zoals baarmoederhalskanker). De verhitting vergroot de gevoeligheid voor bestraling en chemotherapie.
 
Patiënten waarbij de hyperthermie binnen maximaal 79.2 minuten na de bestraling volgde, hadden een veel beter 3-jaarsoverlevingspercentage dan patiënten waarbij er meer tijd tussen bestraling en hyperthermie zat.
 

Bewijzen dat het werkt

Dat is een belangrijk punt, benadrukt Oei: “Hyperthermie gaat altijd in combinatie met andere behandelingen. Er zijn wel privéklinieken in Europa die de behandeling als monotherapie aanbieden, maar dat werkt niet en is ook niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Daarom ook denk ik dat sommige mensen nog sceptisch zijn. Hyperthermie is nu nog maar op een paar plekken beschikbaar: hier in het AMC, in het Erasmus MC en in Tilburg. Maar door onderzoek te doen kunnen we ‘evidence-based’ protocollen en richtlijnen ontwikkelen. Dat zal de toepassing van hyperthermie over de rest van de wereld versnellen.”
 
Het onderzoek van Oei richtte zich voor een groot deel op de vertaling van hyperthermie naar zulke behandelprotocollen. Dus: hoe plan je hyperthermie en radiotherapie zó in, dat de patiënt er het meeste baat bij heeft? Oei: “Met bestraling maak je DNA-schade en hyperthermie zorgt ervoor dat deze in kankercellen niet meer gerepareerd wordt. Ik heb veel naar dit biologische principe gekeken. De combinatie werkt sowieso goed: uit een eerdere studie blijkt dat de 3-jaarsoverleving voor patiënten met baarmoederhalskanker stijgt van 27% naar 51% als je hyperthermie toevoegt aan radiotherapie. Maar de vervolgvraag is dan: geef je radiotherapie en hyperthermie tegelijkertijd? Doe je er een tijdsinterval tussen? Hoe lang dan? De ene patiënt krijgt misschien in de ene kliniek bestraling en in de andere kliniek hyperthermie. Een ander krijgt beide in het AMC en dan zit er minder tijd tussen.”
 
Dat lijkt misschien een detail, maar die is wel doorslaggevend: “Ik heb het tijdsinterval onderzocht door gegevens van patiënten te vergelijken die in het verleden hyperthermie hebben ondergaan. Die gegevens zijn tot vele jaren terug gedocumenteerd. Wat blijkt: patiënten waarbij de hyperthermie binnen maximaal 79.2 minuten na de bestraling volgde, hadden een veel beter 3-jaarsoverlevingspercentage dan patiënten waarbij er meer tijd tussen bestraling en hyperthermie zat. Ook zagen we veel minder vaak terugkeer van de tumor bij de groep met een kleiner tijdsinterval”, legt Oei uit.
 
Samenwerking is belangrijk om de krachten te bundelen en om van elkaar te leren.
 

Kwaliteit van leven

Hyperthermie draagt niet alleen bij aan de overlevingskansen, maar ook aan de kwaliteit van leven voor de patiënt, weet Oei: “In een andere Nederlandse studie, de RADCHOC-trial, is recent aangetoond dat hyperthermie in combinatie met radiotherapie bij patiënten met gevorderde baarmoederhalskanker even goede resultaten geeft als radiotherapie in combinatie met chemotherapie; de standaardbehandeling. Belangrijk verschil is wel dat chemotherapie voor veel bijwerkingen zorgt, zoals haaruitval, misselijkheid en soms niet gegeven kan worden in verband met een slechte nierfunctie. Bij hyperthermie is dat niet het geval.”
 
Tot nu toe gaat het vooral over baarmoederhalskanker, maar hyperthermie biedt ook soelaas bij andere tumortypen, zoals bij teruggekeerde borstkanker, hoofd-halstumoren en melanomen. Oei: “Sommige tumoren zijn lastig te bereiken, dus de techniek moet zeker nog verder verbeteren, maar op alle tumorsoorten die  we tot nu toe hebben onderzocht zien we gunstige effecten. Voor baarmoederhalskanker, een tumorsoort die voornamelijk ontstaat door infectie met het HPV-virus, heb ik kunnen verklaren waarom deze tumoren zo gevoelig zijn voor hyperthermie.”
 

Nog lang niet klaar

Een promotie markeert het eind van de periode, maar Oei en hyperthermie zijn voorlopig nog lang niet klaar met elkaar. Enthousiast vertelt ze over haar toekomstplannen: “Hoofd-halstumoren zijn ook vaak HPV-positief. Ik ga onderzoeken of daarin hetzelfde mechanisme plaatsvindt als bij baarmoederhalstumoren. En hoe we hyperthermie voor deze groep patiënten kunnen verbeteren. Voor dat onderzoek ga ik ook voor een jaar naar de Verenigde Staten, naar de Johns Hopkins University in Baltimore. Samenwerking is belangrijk om de krachten te bundelen en om van elkaar te leren. Ik kijk er enorm naar uit!” 
 

Zo werkt hyperthermie

Klik op de afbeelding om de infographic Hoe werkt hyperthermie te openen.







Select the Component and add.
Close

Meer hyperthermie

Wil je meer lezen over hyperthermie? Bekijk dan de patiënteninformatie op
 kanker.nl