Q en A

Vraag en antwoord

Deze Q&A’s zijn informerend van aard; er kunnen geen rechten aan worden ontleend.
 
Q&A's over financieringsvormen
Q&A's over Research Consortia
 
 

Algemene Q&A's over het KWF PO&I

Voor welk type onderzoek kan ik financiering aanvragen?

Voor elk type oncologisch onderzoek kun je een projectvoorstel indienen: van fundamenteel tot klinisch en van moleculair-biologisch tot epidemiologisch of psychosociaal. Zie verder de .
Guidelines.
 

Op basis van een onderzoeksagenda kun je specifieke thema's benoemen en gerichte calls uitzetten voor bepaalde tumorsoorten of therapieën. Waarom doet KWF dat niet meer?

Het oncologisch onderzoeksveld is dusdanig breed (meer dan honderd tumorsoorten, verdeeld over een veelvoud aan locaties in het lichaam), dat het voor KWF onmogelijk is op voorhand te voorspellen waar nieuwe kansen ontstaan en welke thema’s nu opgepakt moeten worden. Ontwikkelingen kunnen binnen een jaar een vlucht nemen. Een goede onderzoeksagenda opstellen kost vaak echter meer tijd en heeft daarmee een groot risico al verouderd te zijn zodra deze actief wordt ingezet.
Om een voorbeeld te noemen: bijna niemand had tien jaar geleden kunnen bedenken dat immunotherapie nu zo’n enorme vlucht zou nemen. Het had zomaar kunnen zijn dat als we in die periode alleen thematische calls – waar immunotherapie waarschijnlijk geen onderdeel van zou zijn geweest – hadden gehanteerd, de resultaten van immunotherapie nu niet zo veelbelovend zouden zijn.
 
KWF geeft niet op voorhand een voorkeur aan projecten met een specifiek onderwerp, zoals moeilijke tumoren of kinderoncologie. Wel zal KWF door het partnerschap dat ze met de onderzoekers gaat opbouwen, beter in staat zijn om hiaten in het onderzoeksveld te signaleren en in te vullen. Wij zijn ervan overtuigd dat het veel effectiever is om onderzoekers door symposia, netwerkbijeenkomsten, ondersteunende infrastructuur en andere activiteiten zoals beleidsbeïnvloeding en kennisdeling, intrinsiek te motiveren om een probleem aan te pakken, dan door ze met een specifieke call hiertoe te forceren. Deze aanpak maakt dat we te allen tijde de beste onderzoeksprojecten met de hoogste kwaliteit, relevantie en haalbaarheid zullen financieren.
 

Waarom werkt KWF niet met vooraanmeldingen voor grote programma's?

Omdat in onze optiek het uitwerken van een goede vooraanmelding, inclusief alle betrokken partijen, vereist dat het gehele programma al is uitgewerkt. Dat kost bijna net zo veel tijd als het achterwege laten ervan. Tevens betekent vooraanmeldingen een nog langer proces van eerste idee tot en met uiteindelijke financiering, omdat eerst een beoordelingscyclus op vooraanmeldingen moet worden ingericht. Daarbij kan overwogen worden om geen externe referenten toe te passen, maar dit komt de uniformiteit van de procedure niet ten goede. In het KWF PO&I zijn geen specifieke thema’s of prioriteiten benoemd; er wordt dus puur beoordeeld op kwaliteit, relevantie en haalbaarheid van een projectvoorstel. Een vooraanmelding bevat onvoldoende informatie om op basis van deze aspecten te beoordelen. Het is overigens altijd mogelijk om vóór het indienen van het projectvoorstel contact te hebben met KWF om te bespreken of een projectvoorstel binnen de scope valt. De projectleider blijft verantwoordelijk voor het wel of niet indienen van een projectvoorstel.
 

Kan ik ook telefonisch contact opnemen met KWF bij specifieke vragen?

Ja. Behalve via het mailadres bestedingen@kwf.nl kun je met vragen ook altijd bellen naar het Team Bestedingen: 020 - 570 04 50. Voor inhoudelijke vragen die niet direct kunnen worden beantwoord, word je doorverbonden met – of teruggebeld door – één van onze programmacoördinatoren.
 

Hoe gaat de afhandeling van oude/lopende projecten in zijn werk? Moet alles daar weer opnieuw voor ingediend worden of blijft dat gewoon hetzelfde zoals nu?

Voor lopende projecten blijft de huidige informatie beschikbaar. Op projecten die vóór 8 januari 2016 gehonoreerd zijn, gelden de voorwaarden, procedures en documenten zoals die zijn verstrekt via de (bijlagen van de) toekenningsbrief.
Het downloadarchief biedt een overzicht van de meest geraadpleegde documenten. Er hoeft voorlopig niet opnieuw informatie te worden ingediend in het nieuwe systeem. Onderzoekers dienen echter wel hun persoonlijk profiel aan te maken (hun persoonlijke en contactgegevens) wanneer zij een projectvoorstel (mede) willen indienen.
 
 

Q&A’s over registreren en indienen

Helpt KWF bij het schrijven van projectvoorstellen?

Nee, wij helpen niet met het inhoudelijk schrijven van een projectvoorstel, omdat wij ons niet willen mengen in de inhoudelijke kant ervan; KWF zou dan het beoordelingsproces niet neutraal kunnen doorlopen. Uiteraard helpen wij wel graag als er onduidelijkheid is over de bedoeling van bepaalde vragen: wij helpen wel met het toelichten of uitleggen van KWF-GMS en wat procedureel de bedoeling is bij het indienen van een projectvoorstel. projectvoorstel, omdat wij ons niet willen mengen in de inhoudelijke kant ervan; KWF zou dan het beoordelingsproces niet neutraal kunnen doorlopen. Uiteraard helpen wij wel graag als er onduidelijkheid is over de bedoeling van bepaalde vragen: wij helpen wel met het toelichten of uitleggen van KWF-GMS en wat procedureel de bedoeling is bij het indienen van een projectvoorstel.

Ik wil een projectvoorstel indienen, maar ik twijfel of mijn voorstel valt in de fase credentialing of in de fase creation of modality. Moet ik een fase kiezen voordat ik mijn voorstel indien?

Ja, het is noodzakelijk om te kiezen. In het KWF Grant Management System is echter een toelichting beschikbaar met een beschrijving van de verschillende onderzoeksfasen. Zie ook de Guidelines.
 

De opzet van het KWF PO&I is dat alle projectvoorstellen door hetzelfde systeem gaan. Houdt één procedure in dat projectvoorstellen voor samenwerkingsverbanden ook hierdoor gaan?

Ja, dat klopt. De opzet van het KWF PO&I is één duidelijke ingang en eenzelfde procedure voor alle ideeën, om uniformiteit in indienen en behandelen van projectvoorstellen te waarborgen. Op deze manier krijgt KWF een compleet overzicht over (de inhoud van) alle projecten. Zo kunnen we projecten van meet af aan goed volgen en de beste keuzes maken, gebaseerd op wetenschappelijke kwaliteit, relevantie en haalbaarheid. Het nieuwe KWF PO&I kan alleen worden gerealiseerd als alle projecten volgens dezelfde procedure bij KWF worden behandeld.
 

Ik wil graag een projectvoorstel indienen voor een prospectieve observatiestudie. Onder welk traject en welke fase is deze het beste te scharen?

Het onderzoek dat op basis van de verzamelde data wordt uitgevoerd, past als projectvoorstel binnen de fase credentialing in het exploratietraject.
Het opzetten van een database kan als onderdeel van het projectvoorstel worden opgevoerd, maar het zwaartepunt van het projectvoorstel moet liggen op het onderzoek dat met de data wordt gedaan. Als het zwaartepunt van de activiteiten ligt bij het opzetten van de database, dan is het nog niet mogelijk om hiervoor een voorstel in te dienen. KWF werkt nog aan financieringsvormen voor infrastructuur. Zie ook de Q&A over infrastructuur. Het is van groot belang om aan te geven waarom er een nieuwe database wordt opgezet en niet wordt aangesloten bij bestaande initiatieven om data op te slaan.
 

Moet bij indiening van een (klinische) studie de METC-verklaring al beschikbaar zijn? Of is bij aanvang studie ook goed?

Nee, die hoeft niet bij het indienen van een projectvoorstel rond te zijn. Bij aanvang of tijdens het onderzoek, voorafgaand aan de start van de klinische studie, dient de METC-verklaring beschikbaar te zijn. Dit kan als milestone worden opgenomen in het projectvoorstel.
 

Mag ik ook voor buitenlands onderzoek een projectvoorstel indienen?

KWF blijft (voorlopig) haar focus houden op Nederlands onderzoek. KWF gelooft erin dat internationaal samenwerken zeer goed is; onderzoek houdt zich niet aan landsgrenzen. De focus van KWF blijft echter op onderzoek waarbij het zwaartepunt van de uitvoering in Nederland ligt. Het KWF PO&I biedt ruimte om delen van een werkplan in het buitenland te laten uitvoeren, mits goed kan worden onderbouwd dat dit noodzakelijk is voor het realiseren van het werkplan.
 

Mag de verantwoordelijke persoon van een werkpakket iemand zijn met een aanstelling buiten Nederland?

Ja, indien het werkpakket wordt uitgevoerd door een onderzoeksgroep in een buitenlands instituut. De  uitvoering van het onderzoeksproject dient grotendeels in Nederland plaats te vinden en de projectleider dient werkzaam te zijn in een Nederlands instituut. Kortom, een projectleider mag buitenlandse partners opvoeren op een projectvoorstel (dat mogen echter geen projectleiders zijn). KWF financiert geen ontwikkelingssamenwerking. En als het onderwerp implementatie betreft, is dit nog niet financierbaar; aan deze financieringsvorm werkt KWF nog. 
 

Kan ik ook een projectvoorstel indienen voor psychosociaal onderzoek? En hoe wordt gegarandeerd dat psychosociaal onderzoek gefinancierd wordt?

Ja, uiteraard kan dat. In de communicatie lijkt er soms wat weinig aandacht te zijn voor psychosociaal onderzoek, maar KWF vindt psychosociaal onderzoek van groot belang omdat het kan bijdragen aan één van haar drie missiedoelen: een betere kwaliteit van leven voor (ex)patiënten en hun naasten. In welke onderzoeksfase een projectvoorstel op het gebied van psychosociale oncologie valt, doet er daarbij niet toe: we financieren onderzoek dat haalbaar, relevant en kwalitatief goed is. Tevens is de psychosociale oncologie in beide beoordelingscommissies ruim vertegenwoordigd.
 

In welk traject moet ik mijn psychosociale projectvoorstel indienen?

Alle typen onderzoek, inclusief psychosociaal onderzoek en epidemiologische studies, passen binnen het exploratietraject als het onderzoek zich richt op:
  • het verkrijgen van basale inzichten in het ontstaan, de progressie en (psychosociale) effecten van kanker, alsmede basisprincipes van preventie en behandeling van kanker en relevante technologische ontwikkelingen;
  • ontdekking en verificatie van een aangrijpingspunt voor een mogelijke toepassing, evenals factoren die invloed hebben of bruikbaar zijn op het gebied van preventie, diagnostiek of therapie, inclusief observationele studies en populatiestudies (waaronder cross-sectioneel onderzoek, cohortstudies en case-controlstudies).
Een (psychosociaal) onderzoek past binnen het ontwikkelingstraject vanaf het moment dat het onderzoek zich richt op het doorontwikkelen van een aangrijpingspunt, of op factoren die invloed hebben of bruikbaar zijn op het gebied van preventie, diagnostiek of therapie en waarbij de uiteindelijke toepassing concreet te benoemen is.
 

Wat bedoelt KWF met ‘infrastructuur’ en ‘infrastructurele initiatieven’? Wat is het doel ervan?

Voorbeelden van infrastructuur zijn biobanken, ondersteunende netwerken, databases, databanken en ondersteunende tools voor samenwerkingen. Het gaat hier om nationaal uitrolbare initiatieven, waarbij de beoogde infrastructuur essentieel is voor het optimaal kunnen uitvoeren van kankeronderzoek.
 
Het doel is de mogelijkheid bieden tot het ondersteunen van infrastructurele initiatieven op basis van geïdentificeerde behoeftes die breed gedragen worden vanuit het onderzoeksveld. Op basis van de behoefte wordt voor elk infrastructureel initiatief de optimale ondersteuningsvorm bepaald in samenwerking met een onafhankelijke (internationale) commissie. Uitgangspunten: de ondersteuning is tijdelijk van aard en bestaat uit drie fases, namelijk initiëren, consolideren en op eigen benen gaan staan. Voorafgaand aan en gedurende de looptijd van de ondersteuning van het initiatief bekijkt KWF bij welke partij(en) het initiatief kan worden ondergebracht, of dat het in de structuur van KWF wordt ingebouwd. 
 

Kan ik al voordat de eerste resultaten van mijn project bekend zijn, een vervolgprojectvoorstel indienen?

Ja. KWF biedt bij een succesvol onderzoeksproject de mogelijkheid tot continuering van het onderzoek in de daaropvolgende fase. Om een vervolgprojectvoorstel in te dienen, is het niet noodzakelijk om het lopende project volledig af te ronden. Een project kan bijvoorbeeld vroegtijdig worden omgezet in een nieuw projectvoorstel, juist om een versnelling van doorvertaling van onderzoeksresultaten naar (klinische) toepassing te bewerkstelligen.
 

Wordt met tijdschrijven/urenregistratie bedoeld dat ik alle uren moet gaan registreren? Dient ieder uur geschreven te worden of is een grove verklaring voldoende?

In het Financieel reglement staat hierover het volgende: ‘Voor wetenschappelijk projectmedewerkers dient een sluitende urenregistratie te worden gevoerd, waaruit blijkt dat de werkelijke personele inzet in volledige overeenstemming is met de werkelijke verantwoorde personele inzet’. Hoe projectleiders en instituten/universiteiten dat inrichten, is aan hen en gaat in overeenstemming met hun accountant; zij zijn verantwoordelijk voor een solide methode.
 
KWF beseft dat een sluitende urenregistratie  een zwaardere administratieve last is dan voorheen, al is het Controleprotocol op dit punt al in december 2014 aangepast en geldt deze eis dus al langer. Het is een feit dat 80 tot 90% van onze onderzoeksfinanciering gaat zitten in mensuren en salarissen. Onze donateurs (en de maatschappij als geheel) vragen om borging: zekerheid dat het geld daadwerkelijk en verantwoord is besteed. In de geest van verantwoord besteden is een sluitende urenregistratie het enige houvast voor de accountant; alle andere methoden zijn niet concreet genoeg.
 
 
 

Q&A’s over financieringsvormen

Kan ik als jong talent nog een projectvoorstel indienen? Is er een speciale beoordeling/financieringspot voor jonge onderzoekers?

KWF investeert in de ontwikkeling van jonge onderzoekers om het oncologisch onderzoeksveld te voeden met nieuwe onderzoekslijnen en excellente (klinische) onderzoekers. De Young Investigator Grant (YIG) is de persoonsgebonden financiering voor jonge onderzoekers. Getalenteerde jonge onderzoekers wordt de kans geboden om hun eigen projectvoorstellen in te dienen, die in een aparte, onderlinge competitie worden beoordeeld. Gepromoveerde onderzoekers, arts-assistenten en medisch specialisten krijgen de mogelijkheid om projectvoorstellen in te dienen zonder in competitie te gaan met de gevestigde namen. De jonge onderzoeker wordt geacht een eigen onderzoekslijn op te zetten, bij voorkeur in een ander laboratorium dan waar hij of zij is gepromoveerd.
 

Een van de financieringsvormen in het nieuwe KWF PO&I is het persoonsgebonden onderzoeksproject voor jonge onderzoekers (Young Investigator Grant). Wat is ’jong’?

Voor het indienen van een Young Investigator Grant (persoonsgebonden onderzoeksproject voor jonge onderzoekers) geldt dat een persoon kan indienen tot 5 jaar na promotie. De na promotie bestede tijd voor medische specialisatie mag bij deze termijn worden opgeteld. Het BIG-nummer en jaar van specialisatie/promotie leiden de projectleider automatisch naar de persoonsgebonden financiering in KWF-GMS.
 
VOORBEELD: Voor de berekening van de termijn om in aanmerking te komen voor een persoonsgebonden project dient de projectleider de tijd die hij/zij daadwerkelijk besteed heeft aan de opleiding (dus bijvoorbeeld 5 jaar 0,5 fte opleiding = 2,5 jaar voor de berekening) op te tellen bij de promotiedatum.
 

Kunnen onderzoekers die (net) niet meer in aanmerking komen voor een Young Investigator Grant (YIG), een regulier projectvoorstel indienen?

Ja, dat kan. En ook onderzoekers die wel in aanmerking komen voor een YIG hoeven daar niet pe se voor te kiezen; ze kunnen ook een ‘gewoon’ onderzoeksprojectvoorstel indienen.
 

Zijn uitzonderingen op de toelatingsvoorwaarden voor de Young Investigator Grant mogelijk?

Uitzonderingen op de toelatingsvoorwaarden (bijv. langer dan 5 jaar na promotie, minder dan 0.5 fte) dienen uiterlijk 6 weken voor de indieningsdeadline met Team Bestedingen (T: 020 - 570 04 50) van KWF besproken te worden.

 

Bestaan de huidige KWF-fellowships en Bas Mulder Awards nog in het nieuwe KWF PO&I?

De beste aspecten van het KWF-fellowship en de Bas Mulder Award worden gecombineerd in een nieuwe financieringsvorm: de Young Investigator Grant (de persoonsgebonden projecten voor jonge onderzoekers). We blijven investeren in jong talent. Daarnaast zijn er binnen de uitvoering van alle onderzoeksprojecten en programma’s door de gehele inrichting financieringsmogelijkheden voor PhD-trajecten en postdoc-posities. De fte-norm is  0,5 fte, zodat men onderzoek met klinisch werk kan combineren.
 

Mag de Young Investigator Grant aangevraagd worden voor een project dat deels in het buitenland wordt uitgevoerd?

Ja, dit mag als kan worden onderbouwd dat de buitenlandperiode noodzakelijk is voor de uitvoering van het onderzoek. Daarnaast moet het onderzoek ten minste de helft van de looptijd in Nederland worden uitgevoerd.
 

Worden buitenlandstages nog gefinancierd binnen het nieuwe KWF PO&I?

In het KWF PO&I is de mogelijkheid om buitenlandstages aan te vragen verruimd. Buitenlandstages zijn aan te vragen in alle onderzoeksprojecten en niet meer beperkt tot de persoonsgebonden projecten.
 

Wie kan gebruikmaken van de buitenlandstage?

De buitenlandstage vindt plaats bij één instituut (een onderzoeksgroep buiten het projectteam). De buitenlandstage kan worden aangevraagd voor wetenschappelijk personeel om kennis en kunde uit het buitenland naar Nederland te halen als dat noodzakelijk/essentieel is voor de uitvoering van het project. De buitenlandstage is niet bedoeld als enkel persoonlijke training voor het wetenschappelijk personeel. Gedurende de looptijd van de buitenlandstage blijven de medewerkers in dienst van het Nederlandse instituut. Het is de verantwoordelijkheid van het Nederlandse instituut om de financiering van de stage te regelen. De buitenlandstage moet starten in de eerste helft van het project; de opgedane kennis in het buitenland moet na afloop van de stage en binnen de looptijd van het project in Nederland geïmplementeerd kunnen worden. Na afloop van de buitenlandstage moet er nog voldoende tijd zijn om de kennis te implementeren. Dit is ter beoordeling aan de leden van de beoordelingscommissie.
 

Werkt KWF met richtbedragen of met flexibele budgetten?

Met beide. KWF werkt met richtbedragen voor de trajecten exploratie en ontwikkeling. Binnen de trajecten zijn er verschillende financieringsvormen mogelijk (onderzoeksprojecten, persoonsgebonden onderzoeksprojecten voor jonge onderzoekers en unieke hoogrisicoprojecten). De flexibiliteit zit ‘m erin dat we geen maximumbedragen (meer) hanteren en dat het inderdaad richtbedragen zijn. Een onderzoeker kan daarvan afwijken: hij of zij kan (mits onderbouwd) dátgene aanvragen wat hij of zij nodig heeft.
 

Wat is het verschil tussen een gewoon projectvoorstel waarbij ik meerdere partijen betrek en consortia?

Een projectvoorstel bevat maximaal 3 samenwerkingspartijen die allemaal academisch zijn. Consortia is voor complexere samenwerking en omvang, én als er commerciële partijen bij betrokken zijn. Het verschil wordt gemaakt omdat je bij consortia andere contractuele en juridische afspraken maakt. Juist vanwege de betrokkenheid van commerciële partijen zijn de contracten complexer, omdat het voor KWF van belang is zeker te weten dat het geld goed besteed wordt.
 

Welke leveranciers mogen meefinancieren aan een onderzoek en aan welke criteria moeten deze voldoen?

Hier zijn geen eisen voor. Iedereen die bijdraagt aan het onderzoek mag meefinancieren, behalve de tabaksindustrie.
 

Hoe wordt het budget verdeeld over de trajecten exploratie en ontwikkeling; is die verdeling van tevoren vastgesteld?

Afhankelijk van wat KWF aan donaties binnenkrijgt voor onderzoek, zal 40% van het budget naar het exploratietraject en 60% naar het ontwikkelingstraject gaan. Dit zijn echter communicerende vaten. Indien er veel goede projectvoorstellen in het exploratietraject worden ingediend en weinig in het ontwikkelingstraject, kan budget vanuit het ontwikkelingstraject worden gebruikt voor projectvoorstellen in het exploratietraject. Kortom, het gaat om richtbedragen. In het geval van duidelijke verschillen tussen de trajecten in ofwel aantallen financierbare projecten of de aangevraagde budgetten, kan worden afgeweken van de richtbedragen.
Voor persoonsgebonden onderzoeksprojecten is per traject een apart budget gereserveerd. De projectleiders (jonge onderzoekers) hoeven niet te concurreren met gerenommeerde onderzoekers. Ook hiervoor geldt echter dat KWF alleen projecten financiert die kwalitatief goed, haalbaar en relevant zijn. Ook hiervoor geldt dat KWF alleen projecten financiert die kwalitatief goed, haalbaar en relevant zijn.
 

Is er prioritering/budgetverdeling op basis van de missiedoelen van KWF?

Nee, er is geen verdeling op basis van missiedoel. KWF financiert onderzoek dat haalbaar, relevant en kwalitatief goed is en past bij de missiedoelen van KWF. Goede projecten, die voldoen aan die criteria, worden (mits er voldoende budget is) gefinancierd.
 

KWF laat het maximumbedrag van een projectvoorstel los; hoe voorkom je dat een paar grote projectvoorstellen er met het geld vandoor gaan?

Elke ronde opnieuw komt KWF door een goede afweging tussen de kosten en de baten van de projectvoorstellen tot de selectie van de projecten die de grootste bijdrage aan onze missiedoelen leveren voor het beschikbare budget. Het kan zijn dat in de ene ronde een kleiner aantal grote projecten wordt gefinancierd, terwijl in een andere ronde juist uit de ingediende projectvoorstellen een groter aantal kleinere projecten de grootste meerwaarde voor de missiedoelen oplevert.
 

Klinische trials kosten miljoenen; hoe financiert het KWF dat?

KWF gaat ervan uit dat zij in die projecten niet de enige financier is. Het bedrag dat wordt aangevraagd, dient evenredig te zijn aan het benodigde budget. Daarbij komt dat KWF voor elk voorstel de kosten tegen de baten afweegt en toetst of in dat specifieke geval KWF degene is die deze studie moet financieren, omdat er geen andere partijen (bijvoorbeeld bedrijven of investeerders) zijn die dit kunnen financieren.
 

Wat is de relatie tussen Alpe d’HuZes en het KWF PO&I?

Het geld dat wordt opgehaald voor/met Alpe d’HuZes komt ter beschikking aan het KWF PO&I en wordt, net als de overige donaties, besteed aan het beste onderzoek. Er wordt geen specifieke call of een specifiek thema uitgezet.
 

Houdt KWF er bij de door het NKI ingediende projecten rekening mee dat het NKI ook een instellingssubsidie heeft?

Nee. KWF weegt in de beoordeling van projecten alleen de kwaliteit, relevantie en haalbaarheid in relatie tot het aangevraagde budget. Een eerlijke verdeling van projecten over de instituten speelt hierin geen rol. De instellingssubsidie voor het NKI heeft om die reden dan ook geen invloed op de beoordeling.
 
 

Q&A's over Research Consortia

Hoe ziet een Consortium (meervoud Consortia) er uit, is dat anders dan een ‘gewoon’ project binnen KWF Programma Onderzoek & Implementatie?

Ja, een Consortium is anders dan een ‘gewoon’ project. Het gaat om complexere en/of grote samenwerkingsprojecten. We spreken van een Consortium als er aan minimaal één van onderstaande voorwaarden is voldaan:
  1. een onderzoek wordt uitgevoerd door 4 of meer partijen; OF
  2. het onderzoek is onderdeel van een lopend samenwerkingsproject dat wordt uitgevoerd door 4 of meer partijen; OF
  3. het budget bedraagt meer dan 1 miljoen euro  en er zijn ten minste 2 partijen bij betrokken; OF
  4. één of meer for-profit organisaties (bedrijven) zijn betrokken als participant en/of cofinancier. 

Waarom heeft KWF het aparte financieringsinstrument consortia gelanceerd?

Voor het uitvoeren van onderzoeksprojecten is soms de samenwerking tussen meerdere partijen nodig. Bijvoorbeeld omdat er uiteenlopende expertise nodig is. De manier waarop de betrokken partijen samen zullen gaan werken weegt mee in de beoordeling van een onderzoeksvoorstel. Speciaal voor dit soort samenwerkingsprojecten heeft KWF vanaf de tweede ronde van PO&I de financieringsvorm consortia open gesteld. Daarnaast is bij samenwerkingsprojecten ook het vastleggen van goede afspraken belangrijk. Dit geldt zeker bij omvangrijke samenwerkingen (grote aantallen partijen en/of hoge budgeten) en samenwerking met private partijen. Voor consortia is daarom een overeenkomst tussen de partijen verplicht. Hierin worden duidelijke afspraken gemaakt over rollen, verantwoordelijkheden, hoe om te gaan met intellectuele eigendomsrechten en eventuele inkomsten die hieruit voortvloeien.
 

Kunnen bedrijven/private partijen deelnemen in projecten binnen KWF Programma Onderzoek & Implementatie?

Ja, dat kan vanaf ronde 2 van het KWF Programma Onderzoek & Implementatie binnen de financieringsvorm Consortia. KWF wil er alles aan doen om patiënten optimaal te laten profiteren van ontdekkingen die voortkomen uit het onderzoek dat wij financieren. In een deel van de gevallen is samenwerking met commerciële partijen de meest efficiënte route om dit te bewerkstelligen om twee redenen:
1) Onderzoeksinstellingen zijn zeer goed in het genereren van nieuwe kennis. Maar zij zijn niet altijd optimaal ingericht op de processen die nodig zijn voor het vertalen van deze kennis naar een product. Bedrijven zijn op hun beurt vaak minder geschikt om brede kennis te genereren, maar als geen ander in staat om op een efficiënte wijze producten door te ontwikkelen en deze beschikbaar te maken voor de patiënt.
2) Daarnaast hebben bedrijven de mogelijkheid om de enorme kosten die gepaard gaan met medische ontwikkelingen te dragen. Enerzijds door zelf te investeren en anderzijds door andere investeerders aan te trekken.
 

Gaat KWF dan ook bedrijven/private partijen financieren binnen KWF Programma Onderzoek & Implementatie?

Nee, KWF financiert met het Programma Onderzoek & Implementatie alleen kennisinstellingen en not-for profit organisaties. Integendeel: bedrijven wordt gevraagd om zelf een bijdrage te leveren aan een Consortium. Dat kan op drie manieren:
  1. Met mankracht als zij projectpartner worden
  2. Met materiaal of apparatuur (dat noemen we een in kind cofinanciering)
  3. Met geld (dat noemen we een in cash cofinanciering) 

Werkt KWF samen met de farmaceutische industrie?

Op dit moment heeft KWF nog geen actieve samenwerkingen met de farmaceutische industrie. De klinische studies waar KWF aan bijdraagt worden geïnitieerd door onderzoekers uit ziekenhuizen en onderzoekscentra. Er worden echter al wel klinische studies gefinancierd waarin de farmaceutische industrie indirect betrokken is, doordat zij bijvoorbeeld een middel dat is goedgekeurd voor borstkanker gratis beschikbaar stellen om te testen of het ook werkzaam is in bijvoorbeeld longkanker.
Maar nu, met ingang van ronde 2 van het KWF Programma Onderzoek & Implementatie kunnen samenwerkingsverbanden tussen kennisinstellingen en bedrijven, dus ook de farmaceutische industrie, projectvoorstellen indienen binnen de financieringsvorm Consortia.  KWF toetst in de beoordeling van deze projectvoorstellen altijd of de bijdrage van KWF noodzakelijk is om de ontwikkeling van de nieuwe therapie verder te brengen. Daarbij wordt gelet op de volgende aspecten:
  1. Op welke wijze moet KWF kankerbestrijding hier aan bijdragen?  (Inclusief de vraag of KWF financieel of op andere wijze moet bijdragen)
  2. Wat gebeurt er als KWF kankerbestrijding dit niet financiert? (Inclusief de vraag of de KWF financiering bijdraagt aan een snellere en efficiëntere ontwikkeling of alleen leidt tot kostenverlaging voor de industrie en de vraag of de ontwikkeling logischerwijs door andere partijen gefinancierd zou moeten worden)
  3. Is het beoogde vervolg en implementatietraject realistisch? Zijn er financiers voor de vervolgfase?
  4. Is de consortiumsamenstelling logisch incl. bijdragen en commitment? 

Waarom zou KWF willen dat er wordt samengewerkt met de farmaceutische industrie?

KWF wil er alles aan doen om patiënten optimaal te laten profiteren van ontdekkingen die voortkomen uit het onderzoek dat wij financieren. In een deel van de gevallen is samenwerking met commerciële partijen de meest efficiënte route om dit te bewerkstelligen om twee redenen:
  1. Onderzoeksinstellingen zijn zeer goed in het genereren van nieuwe kennis. Maar zij zijn niet altijd optimaal ingericht op de processen die nodig zijn voor het vertalen van deze kennis naar een product. Bedrijven zijn op hun beurt vaak minder geschikt om brede kennis te genereren, maar als geen ander in staat om op een efficiënte wijze producten door te ontwikkelen en deze beschikbaar te maken voor de patiënt.
  2. Daarnaast hebben bedrijven de mogelijkheid om de enorme kosten die gepaard gaan met medische ontwikkelingen te dragen. Enerzijds door zelf te investeren en anderzijds door andere investeerders aan te trekken. 

Maakt KWF dan wel goede afspraken met de bedrijven?

Ja. Een eis bij de financieringsvorm Consortia in het algemeen, en daarmee dus ook bij samenwerkingsprojecten met bedrijven, is dat er tussen de partijen onderling afspraken gemaakt worden in een consortiumovereenkomst over onder meer de bescherming en het gebruik van intellectuele eigendomsrechten en het terugvloeien van eventuele opbrengsten daaruit. Hoewel KWF geen onderdeel uitmaakt  van zo’n consortiumovereenkomst eist KWF wel dat de afspraken daarin in lijn zijn met de KWF financieringsvoorwaarden. Daarmee borgen we dat er verantwoord met projectresultaten wordt omgegaan en dat deze zoveel mogelijk verspreid worden. Dit is overigens in lijn met de standaarden van academische organisaties. Ook stellen we voorwaarden aan de inzet van opbrengsten die voortkomen uit KWF gefinancierd onderzoek. Tenslotte spelen ook zaken zoals de beschikbaarheid en prijs van de eindproducten hierin een rol.
 

Doet KWF niet mee aan de prijsopdrijving voor geneesmiddelen door stellen van eisen aan de besteding van eventuele opbrengsten die voortkomen uit door KWF gefinancierd onderzoek, of het mogelijk (deels) terugvragen daarvan?

Het hoofddoel van KWF is dat onderzoeksresultaten beschikbaar komen voor de
patiënt en de maatschappij. Een deel van de resultaten kan zonder commerciële investeerders en bedrijven voor een zo laag mogelijke prijs beschikbaar worden gemaakt voor patiënten. Dit heeft dan ook onze voorkeur. Voor het deel van de ontwikkelingen waar wel aanzienlijke commerciële investeringen nodig zijn, zoals nieuwe geneesmiddelen, wil KWF er alles aan doen dat de benodigde middelen beschikbaar komen. Om het voor investeerders en bedrijven interessant te maken om de benodigde investeringen (die kunnen oplopen tot wel 1 miljard euro per nieuw medicijn) te doen, moet er voor hen een terugverdienmodel zijn. KWF accepteert dat dit verdienmodel moet bestaan, echter deze mag nooit ten koste gaan van de beschikbaarheid voor de patiënt. KWF spant zich in om zowel op lobby/overheidsniveau als op projectniveau de garantie te bewerkstelligen dat de beste beschikbare therapieën beschikbaar zijn en blijven voor alle Nederlandse patiënten.
 

Als het ontwikkelen van een nieuw medicijn zo duur is, kan KWF dan niet beter kleinere ontwikkelingen financieren? Heeft dit wel zin?

De KWF-financiering werkt als een hefboom. Door in een vroeg stadium een relatief kleine investering te doen wordt de start van nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De KWF-financiering werkt daarbij als een kwaliteitsstempel; onderzoek dat door KWF gefinancierd wordt is van uitstekende kwaliteit en zeer relevant. Beide aspecten maken het voor bedrijven of andere investeerders aantrekkelijk om de benodigde oplopende investeringen te doen in het verdere ontwikkelingstraject. Zelf investeren in de start van een nieuwe ontwikkeling is voor dit soort partijen over het algemeen te riskant.
 

Wat verstaat KWF onder valoriseren?

KWF ziet dit als de benutting van resultaten uit KWF-projecten met twee aspecten:
  1. Het ervoor zorgen en erop toezien dat de kennis en de middelen die ter beschikking zijn/komen ook daadwerkelijk gebruikt en toegepast worden ten gunste van de patiënt
  2. Het ervoor zorgen en erop toezien dat eventuele opbrengsten voortkomend uit door KWF gefinancierd onderzoek naar rato opnieuw worden geïnvesteerd in hoogstaand oncologisch onderzoek. 

Over welke opbrengsten hebben we het dan?

Als er in een door KWF gefinancierd project een vinding wordt gedaan door academische onderzoekers kan deze grote waarde hebben voor een bedrijf dat op basis van deze vinding een product of behandeling kan ontwikkelen. Het bedrijf betaalt de academische organisatie waar de vinding is gedaan een vergoeding voor het eigendom of het gebruik van de vinding. Dat kan een eenmalige vergoeding zijn, of een vergoeding die gebaseerd is op de inkomsten die het bedrijf genereert. De vergoeding aan de academische organisatie wordt binnen die organisatie vaak opgesplitst in een deel voor de uitvinder (persoonlijk), een deel voor de afdeling en een deel voor de faculteit of organisatie.
 

Hoe ziet KWF erop toe dat de bovengenoemde opbrengsten opnieuw gebruikt worden voor hoogstaand oncologisch onderzoek?

In zijn financieringsvoorwaarden eist KWF dat van de opbrengsten voor de academische organisatie (na aftrek van gemaakte kosten) ten minste 30% door de organisatie aan hoogstaand oncologisch onderzoek wordt geïnvesteerd. KWF heeft geen zeggenschap over de besteding daarvan - dat kan niet i.v.m. de btw-regels - maar wil goed geïnformeerd worden over het bestedingsdoel en de uitkomsten van het project waarvoor deze middelen in zijn gezet. In aanvulling daarop heeft KWF het recht om tot 2 jaar na afloop van een project het bedrag dat KWF heeft geïnvesteerd in het project dat nu opbrengsten oplevert terug te eisen. Dit geld wordt vanzelfsprekend via het reguliere Programma Onderzoek & Implementatie besteedt aan hoogstaand oncologisch onderzoek.
 

Eist KWF intellectuele eigendomsrechten en/of opbrengsten die voortkomen uit door KWF gefinancierd onderzoek op?

Nee, KWF eist geen intellectuele eigendomsrechten op. Deze rusten bij de werkgever van de uitvinder(s) en ja, KWF kan wel opbrengsten die voortkomen uit door KWF gefinancierd onderzoek opeisen of voorwaarden stellen voor de inzet daarvan. In zijn financieringsvoorwaarden eist KWF dat van de opbrengsten voor de academische organisatie (na aftrek van gemaakte kosten) ten minste 30% door de organisatie aan hoogstaand oncologisch onderzoek wordt geïnvesteerd. KWF heeft geen zeggenschap over de besteding daarvan - dat kan niet ivm. de btw-regels - maar wil goed geïnformeerd worden over het bestedingsdoel en de uitkomsten van het project waarvoor deze middelen in zijn gezet. In aanvulling daarop heeft KWF het recht om tot 2 jaar na afloop van een project het bedrag dat KWF heeft geïnvesteerd in het project dat nu opbrengsten oplevert terugeisen. Dit geld wordt vanzelfsprekend via het reguliere Programma Onderzoek & Implementatie besteed aan hoogstaand oncologisch onderzoek. 
 

Q&A’s over beoordelen

Waarom zijn verschillende referentenrapporten nodig om tot een oordeel te komen?

De verschillende referentenrapporten zijn nodig om de wetenschappelijke kwaliteit, haalbaarheid en relevantie van het projectvoorstel, inclusief het bijbehorende ontwikkelingstraject (indien van toepassing) goed te beoordelen. Tijdens de beoordelingsvergadering kunnen de toegewezen leden van de beoordelingscommissies, mede op basis van de referentenrapporten en de input van KWF, alle aspecten van een projectvoorstel (kwaliteit, relevantie en haalbaarheid) bespreken. Alle individuele oordelen van de toegewezen leden van de beoordelingscommissies, specialisten, patiënten en KWF worden tijdens de vergadering besproken en na dialoog met de overige commissieleden samengevoegd tot één advies per projectvoorstel, waarin alle perspectieven zijn geïntegreerd. Het bijgestelde eindoordeel moet minimaal voldoende zijn op kwaliteit, haalbaarheid en relevantie om in aanmerking te kunnen komen voor financiering.
 

Is het niet zo dat wetenschappelijke kwaliteit wezenlijk is bij de beoordeling, en dat relevantie voor de kankerbestrijding en haalbaarheid meer te kenschetsen zijn als randvoorwaarden?

Nee. Alle drie aspecten zijn even belangrijk. Een projectvoorstel wordt pas gefinancierd indien op alle drie aspecten minimaal een voldoende wordt gescoord. Anders gezegd: als een van deze drie aspecten onvoldoende is, volgt er geen financiering.
 

Zijn er nog uitzonderingen op de regel dat ieder projectvoorstel eenzelfde kwaliteitstoets kent en eenzelfde procedure door gaat?

Voor alle financieringsvormen geldt dat de kwaliteit, haalbaarheid en relevantie van het projectvoorstel wordt besproken en beoordeeld in een beoordelingsvergadering. In geval van een projectvoorstel voor een persoonsgebonden onderzoeksproject, consortium of ondersteunend infrastructureel initiatief (de laatste is nog niet beschikbaar) is een interview onderdeel van de beoordeling, waarbij specifiek kan worden doorgevraagd op aspecten van het projectvoorstel. In bepaalde gevallen kan de beoordelingscommissie ook voor de andere financieringsvormen besluiten dat het noodzakelijk is om een interview te houden. Dit kan voor iedere financieringsvorm worden ingepast.
 

Wat komt er aan de orde in een interview?

Tijdens het interview wordt bij de projectleider van een Persoonsgebonden project voor jonge onderzoekers getoetst of deze in staat is het project zelfstandig uit te voeren en of deze persoon de potentie en de competenties heeft om in de toekomst een wezenlijke bijdrage te blijven leveren aan het oncologisch onderzoek.
De specifieke uitvraag tijdens een interview zal sterk afhangen van het voorliggende projectvoorstel. Op basis van de referentenrapporten en het interview geeft de beoordelingscommissie het uiteindelijke advies.
 

Wordt het patiëntenoordeel bij alle projectvoorstellen toegepast? En wat is de meerwaarde van de PACO bij de beoordeling van wetenschappelijke projectvoorstellen?

In het beoordelingsproces is een belangrijke rol weggelegd voor (ex)patiënten, verenigd in de Patiënten Adviescommissie (PACO). Zij oordelen vanaf 2016 mee bij elke besteding van KWF, onder het motto “geen besteding zonder patiëntenmening”. Enige uitzondering hierop vormen projectvoorstellen in het exploratietraject, aangezien het in dat traject vooral draait om fundamenteel wetenschappelijk onderzoek waarbij er nog geen aantoonbare relevantie vanuit het patiëntenperspectief aanwezig hoeft te zijn. (Ex)patiënten zijn wél bij uitstek ervaringsdeskundigen die een goed oordeel kunnen geven over relevantie en haalbaarheid van projectvoorstellen in het Ontwikkelings- en Praktijktraject vanuit hun eigen perspectief. Denk daarbij aan vragen als: Sluit de doelstelling van het projectvoorstel aan bij behoeften/wensen van kankerpatiënten? Biedt het beoogde resultaat voldoende meerwaarde t.o.v. de bestaande situatie? Is de belasting van deelname aan dit onderzoek aanvaardbaar gezien het beoogde doel? Wordt voldoende aandacht besteed aan de ethische aspecten, de implementatie van de resultaten of realisatie van benodigde vervolgstappen? Ze kijken daarbij ook naar de betrokkenheid van patiënten bij opzet en uitvoering van het projectvoorstel aan de hand van vragen als: Zijn (organisaties en/of vertegenwoordigers van) patiënten betrokken geweest bij de opzet en uitvoering van het onderzoek? Bevat het PatiëntenInformatieFormulier (PIF) alle relevante informatie voor potentiële deelnemers om een overwogen beslissing te kunnen nemen over deelname aan deze studie, en is het PIF begrijpelijk en leesbaar opgeschreven? En vindt relevante terugkoppeling aan de patiënt plaats over de resultaten van het onderzoek?
 

Worden projectvoorstellen met betrekking tot unieke hoogrisicoprojecten in een aparte commissie beoordeeld?

Nee, in een van de twee beoordelingscommissies van de KWF Adviesraad, afhankelijk van het traject waarbinnen het projectvoorstel is ingediend.
 

Zijn de verschillende deskundigheden/disciplines (o.a. fundamenteel, translationeel, klinisch, psychosociaal, zorgpraktijk) in de beoordelingscommissies belegd? Heeft KWF daar ervaring ermee? En uit  hoeveel leden zal de commissie bestaan?

Bij het samenstellen van de beoordelingscommissies wordt een brede mix van expertise en ervaring gezocht. De verschillende werkvelden worden zo goed mogelijk vertegenwoordigd. Als dat nodig is, zullen ook externe experts in hun specifieke vakgebied worden geraadpleegd. Hier is zowel nationaal als internationaal veel ervaring mee opgedaan. Cancer Research UK (CRUK), bijvoorbeeld, heeft een groot deel van haar beoordelingen teruggebracht tot 1 multidisciplinaire commissie. Doordat de beide commissies inzicht hebben in projectvoorstellen, valt het eerder op als er dubbelingen in zitten. De commissies bestaan uit ongeveer 30 leden (per commissie). Leden van de beoordelingscommissie worden getraind op procesvaardigheden. Daarnaast zijn specifieke referentenrapporten onderdeel van de beoordeling, waarmee beoordeling door die specifieke benodigde expertise per projectvoorstel wordt geborgd.
 
Wat betreft psychosociaal onderzoek geldt dat deskundigheid op dit vlak in beide beoordelingscommissies van de KWF Adviesraad zal zijn vertegenwoordigd, aangezien het nieuwe exploratietraject een verbreding is van het huidige fundamentele onderzoek en ook psychosociaal onderzoek gaat omvatten (o.a. observationele studies). Psychosociaal onderzoek kan, afhankelijk van de insteek, zowel vallen binnen het exploratie-, ontwikkelings-, als praktijktraject.
 

Hoe worden projectvoorstellen met verschillende budgetten vergeleken?

KWF financiert onderzoek dat haalbaar, relevant en kwalitatief goed is. De beste projectvoorstellen worden gefinancierd. Daarbij maken we geen onderscheid tussen in welke onderzoeksfase een projectvoorstel is ingediend of welk budget er aan het projectvoorstel hangt.
 

Voor goede beoordelingen zijn in sommige gevallen zogeheten counterparts (externe experts, referenten of collega-deskundigen) erg belangrijk. Is er in het nieuwe KWF PO&I nog ruimte om counterparts in te schakelen bij de beoordeling?

Minimaal 3 externe (inter)nationale wetenschappelijke referenten beoordelen het projectvoorstel. Daarnaast geeft de Patiënten Adviescommissie (PACO) een oordeel over het voorstel, op basis van de Nederlandse samenvatting, en informatie over de relevantie en haalbaarheid vanuit patiëntperspectief. Mocht het nodig zijn, dan wordt het voorstel ook beoordeeld vanuit een specifieke expertise, zoals business, statistiek of zorgverlening.
 

Hoe waarborgt KWF dat er geen conflict of interest is tussen mij als onderzoeker en de interne/externe reviewers? Mag je aangeven dat je bepaalde mensen niet als reviewer wilt?

Ja, dat mag. In het projectvoorstel mag je een suggestie doen voor reviewers en bestaat ook de mogelijkheid om aan te geven dat je bepaalde reviewers liever niet laat beoordelen. Reviewers worden geselecteerd aan de hand van een aantal selectiecriteria, waarvan conflict of interest er één is.
 

Speelt een lang of goed CV een rol bij de beoordeling?

Beoordeling gaat over relevantie, kwaliteit en haalbaarheid van een projectvoorstel. Bij het beoordelen van de haalbaarheid wordt uiteraard gekeken of de juiste expertise in het projectteam aanwezig is en of de juiste groep betrokken is bij het onderzoek. Een lang of goed CV is geen garantie voor financiering; het gaat om het indienen van een kwalitatief goed projectvoorstel.
 

Krijgen projecten waar een duidelijke translationele kant aan zit, prioriteit in het nieuwe KWF PO&I? Anders gezegd: krijgen projecten die dichter bij de patiënt staan, voorrang? En krijgen kleine projectvoorstellen minder aandacht dan grote?

Alle projectvoorstellen worden volgens dezelfde criteria beoordeeld. De trajecten Exploratie en Ontwikkeling hebben elk hun eigen richtbedrag. Daarnaast krijgt niets ‘voorrang’ maar gaat het erom om op basis van het projectvoorstel, waarbij wordt beoordeeld op wetenschappelijke kwaliteit, relevatie en haalbaarheid, de beste projecten eruit te halen en deze te financieren. Kortom, ieder projectvoorstel krijgt evenveel en dezelfde aandacht, of het nu om fundamenteel, translationeel of klinisch onderzoek of om een klein of groot project gaat. De opzet van het KWF PO&I is één duidelijke ingang en één en dezelfde procedure voor alle ideeën, om uniformiteit in indienen en behandelen van projectvoorstellen te waarborgen.
 

Ik wil gebruikmaken van een datacentrum; dient dit KWF-geaccrediteerd te zijn?

De verplichte accreditatie van KWF Kankerbestrijding voor lokaal en centraal datamanagement wordt losgelaten. KWF wil voor ieder type onderzoek op dezelfde manier ondersteunen en merkt op basis van reacties uit het veld dat dit niet mogelijk is wanneer projectvoorstellen alleen kunnen worden ingediend in samenwerking met de huidige geaccrediteerde datacentra. Nieuwe datacentra kunnen zich op dit moment nog niet aanmelden voor accreditatie door KWF. Daarom laat KWF de verplichte accreditatie voor lokaal en centraal datamanagement los. KWF gaat ervan uit dat datamanagement op een hoogwaardige kwalitatieve manier wordt uitgevoerd t.b.v. kwalitatief goed onderzoek. De kwaliteit van het datamanagement wordt meegenomen in de beoordeling van het projectvoorstel.
 
KWF adviseert om de uitvoering en organisatie van het datamanagement voor de studie op te nemen als apart werkpakket in het werkplan.
 
De bijdrage van een datacentrum aan een projectplan kan op verschillende manieren worden ingevuld:
  • Het datacentrum kan als onderdeel van het projectteam worden opgevoerd: een trialconsulent kan hierbij als lid van een onderzoeksgroep worden opgenomen, of het datacentrum kan als aparte onderzoeksgroep in een samenwerking worden opgenomen.
  • Het datacentrum kan als service provider worden opgevoerd, waarbij de kosten van de diensten per verrichting van het datacentrum in de begroting kunnen worden opgevoerd, en via een bijgesloten offerte bevestigd moeten worden. Let hierbij wel op de btw-plicht. 

Meer informatie hierover is te vinden in de Guidelines.

Leiden de beoordelingen van de beoordelingscommissies direct tot uitbetaling?

Nee. De beoordelingen vanuit de beoordelingsvergadering worden samengebracht in een prioriteringsvergadering waarbij de voorzitters en vicevoorzitters van de beoordelingscommissies Exploratie en Ontwikkeling & Implementatie aanwezig zijn, samen met een afvaardiging vanuit de PACO en vanuit KWF. In deze vergadering wordt het definitieve advies met betrekking tot financiering vastgesteld. De bestuurder van KWF neemt uiteindelijk het definitieve besluit.
 

Is er een bezwaarprocedure ingericht op het beoordelingsproces?

Het is mogelijk bezwaar aan te tekenen op het besluit tot toekenning of afwijzing.
 
 
 
Terug naar boven
 
 

Q&A’s over onderzoekstrajecten en -fasen

Ik wil een projectvoorstel indienen voor de onderzoeksfase credentialing. Vraagt KWF in dat stadium ook om een ontwikkelplan?

Nee, bij projectvoorstellen in het exploratietraject (onderzoeksfasen basic research en credentialing) wordt geen ontwikkelplan gevraagd. Bij projectvoorstellen binnen het ontwikkelingstraject wordt naast een werkplan ook een ontwikkelplan gevraagd. Bij de onderzoeksfase creation of modality kan het ontwikkelplan overigens nog op hoofdlijnen worden geschetst.
 

Wat is een ontwikkelplan en hoe schrijf ik dat?

Een projectvoorstel binnen het exploratietraject bevat alleen het uitgewerkte werkplan waarvoor financiering wordt aangevraagd. Projectvoorstellen binnen het ontwikkelingstraject bevatten naast het werkplan waarvoor financiering wordt aangevraagd, ook een ontwikkelplan.
 
In een ontwikkelplan werkt de onderzoeker alle stappen uit die een vinding moet doorlopen om uiteindelijk toegepast te kunnen worden in de praktijk, zodat deze beschikbaar komt voor patiënten, zorgverleners en andere eindgebruikers. In zijn projectvoorstel dient de onderzoeker al te hebben nagedacht over mogelijke risico’s en kansen, bijvoorbeeld op het vlak van regelgeving, toxiciteit, intellectueel eigendom (IP), wenselijkheid, implementatie, kosten, etc. Gedurende het project zal KWF steeds monitoren en evalueren op al deze aspecten. Bij positieve resultaten zal de volgende onderzoeksfase worden gestart en gefinancierd. Wanneer een project minder voorspoedig verloopt, zal KWF kijken naar oorzaken en knelpunten, en trachten deze weg te nemen.
 

Wat doet KWF met de gegevens die ik als onderzoeker noem in het ontwikkelplan?

Op basis van het uitgewerkte ontwikkelplan kan KWF een inschatting maken van de haalbaarheid en de risico’s van het ontwikkelingstraject, en de onderzoeker waar mogelijk ondersteunen om het onderzoek verder te brengen. Om een reële inschatting van de kansen en bedreigingen te maken, zal KWF – als dat nodig is – al bij het beoordelen van de projectvoorstel specifieke expertise betrekken. Denk bijvoorbeeld aan ziekenhuisapothekers, regulatoire experts, implementatiedeskundigen, clinici/zorgverleners, patiënten en (waar relevant) de farmaceutische/biotechnologische industrie. Hoe verder in het ontwikkelingstraject het onderzoek zich bevindt, des te intensiever KWF wil monitoren en waar mogelijk faciliteren. KWF wil in de uitvoer van deze trajecten een liaisonrol spelen, bijvoorbeeld door relevante stakeholders op de juiste momenten te betrekken en zodanig te sturen dat mogelijke risico’s geminimaliseerd worden en kansen juist maximaal benut worden. Om de voortgang van ontwikkelingen te waarborgen, wordt voor ‘high potential-projecten’ een continueringsfinanciering mogelijk.
 

Voor welke thema’s kunnen projectvoorstellen worden ingediend?

Een projectleider kan alle mogelijke onderwerpen indienen zolang het onderwerp gerelateerd is aan het oncologisch onderzoeksveld en past bij de missiedoelen van KWF. KWF stelt geen onderzoeksagenda op. Zie ook de Q&A over onderzoeksagenda en thematische calls.
 

Maakt een projectvoorstel rond onderzoek naar een weinig voorkomende kankersoort minder kans dan een projectvoorstel over een veelvoorkomende kankersoort, zoals borstkanker?

Nee. Projecten worden beoordeeld op kwaliteit, haalbaarheid en relevantie. Goede projecten, die voldoen aan die criteria, worden (mits er voldoende budget is) gefinancierd. Relevantie gaat niet alleen om aantallen personen die de ziekte hebben, maar is omvattender. Iets kan ook heel relevant zijn voor kleine groep met specifieke tumorsoort.
 
 
 

Q&A’s over werken

Wat gaat KWF veranderen in het werken?

De ambitie van KWF is om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek vaker en sneller te vertalen naar toepassingen voor de patiënt en het publiek. KWF werkt hiervoor samen met onderzoekers en (commerciële) partijen, faciliteert het oncologisch veld en signaleert trends en ontwikkelingen. Voor de programmacoördinatoren – voorheen onderzoekscoördinatoren of OC’ers genoemd – van KWF betekent dit optimaal procesmanagement en dat omvat de volgende hoofdtaken: portefeuillebeheer inclusief monitoring, relatiemanagement en kennisexpertise. Doel is het stimuleren en faciliteren van samenwerking en dialoog tussen onderzoekers onderling en onderzoekers en (commerciële) partijen.
 

Wat betekent de nieuwe rol van KWF en de programmacoördinatoren voor mij als onderzoeker?

Programmacoördinatoren van KWF zijn verantwoordelijk voor het faciliteren van een specifiek thema of een combinatie van thema’s. Ze monitoren actief om knelpunten en kansen zo snel mogelijk te identificeren en waar mogelijk te adresseren. Daarbij zetten de programmacoördinatoren hun kennis, zowel intern als extern, zoveel mogelijk in. Ze  hebben een goed overzicht van het werkveld: ze weten wat er speelt, kennen de belangrijkste spelers binnen dat thema, de namen van de onderzoekers en onderzoeksgroepen en bedrijven en hun respectievelijke expertise. Hierdoor zijn ze in staat kennismakelaar te zijn en kunnen ze samenwerking tussen verschillende partijen stimuleren. Een programmacoördinator beheert een thema van begin tot eind.

De onderzoekers zijn prima in staat hun eigen problemen op te lossen; uit analyse is echter gebleken dat er knelpunten en kansen zijn waar KWF een rol in kan spelen. Dit kan financieel zijn, door partijen samen te brengen, of nog anders. KWF heeft daarnaast een heel goed overzicht van het oncologisch veld in Nederland en kan daardoor verbindingen leggen. KWF ziet een meerwaarde in het faciliteren van het onderzoeksveld en is daardoor zelf ook beter op de hoogte van de resultaten en de impact daarvan op onze missiedoelen. Daarnaast wil het publiek dat haar geld doneert aan KWF ook weten wat er gebeurt met het geld dat zij doneren aan KWF.
 

Hoe wordt het onderzoek gemonitord?

Gedurende de looptijd van het project zal de programmacoördinator in contact staan met de projectleider om op gezette tijden de voortgang te bespreken om waar mogelijk en nodig in overleg actie te ondernemen om de voortgang te borgen. Het idee is dat de programmacoördinatoren vorm gaan geven aan een partnership met de onderzoekers. Bij projecten met een looptijd langer dan één jaar, wordt in ieder geval één keer per jaar een projectmeeting georganiseerd waarbij de programmacoördinator en het projectteam aanwezig zijn.
 

Hoe ziet KWF bij een project dat valt binnen het exploratietraject, de rol van de programmacoördinator? In hoeverre kan deze dan sturen en begeleiden? En hoe te monitoren als de koers steeds verandert?

Voor projecten binnen het exploratietraject worden minder milestones afgesproken dan in het ontwikkelingstraject. Er zijn dus ook minder contactmomenten dan in het ontwikkelingstraject, maar er is minimaal 1 contactmoment per jaar. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat er bij iedere verandering nieuwe rapporten worden opgeleverd. De projectleider heeft de vrijheid om wijzingen aan te brengen in het voorstel zolang het binnen de kaders van de onderzoeksvraag blijkt. Grote wijzigingen dienen (net als nu) wel afgestemd te worden. Interactie met de programmacoördinator is vooral bedoeld om eventuele knelpunten weg te nemen en specifieke kansen te benutten. 
 

Wat bedoelt KWF met ‘faciliteren’?

Faciliteren betekent in het kader van het KWF PO&I: voorzieningen aanbieden of middelen beschikbaar stellen (informatie, kennis, netwerk, contacten met andere onderzoekers en (commerciële) partijen) om onderzoeksresultaten sneller en vaker te vertalen naar de praktijk. De nadruk ligt op het faciliteren van de onderzoeksketen in de richting van de praktijk; van laboratorium naar patiënt. Het gaat om het stimuleren van samenwerkingsverbanden en dialoog met en tussen onderzoekers onderling, en onderzoekers en andere (waaronder commerciële) partijen. En om kansen benutten en knelpunten wegnemen.
 

Hoe vaak dien ik als onderzoeker mijn resultaten te delen met KWF?

Daar is geen algemeen antwoord op te geven, omdat dit sterk afhankelijk is van het traject, de onderzoeksfase en het individuele projectvoorstel. Tot nu toe was er halverwege een project een evaluatiemoment en was er aan het eind van een project een eindverslag. Voor fundamenteel onderzoek blijft dat ook zo, omdat er bij fundamenteel onderzoek niet goed te voorspellen valt waarheen een ingezet traject zal leiden. Bij fundamenteel onderzoek zullen er weinig milestones zijn en zullen de rapportages meer het karakter hebben van een voortgangsrapportage.
Voor projecten in het traject Ontwikkeling gaan er wel meer evaluatieve momenten komen. Om de zoveel tijd kijkt KWF of een zogeheten ‘milestone’ behaald is. KWF denkt bij een project van 4 jaar aan ongeveer 4 milestones, waarbij er op enig moment voordat een milestone behaald zou moeten zijn, contact is tussen KWF en de onderzoeker om te bespreken of de milestone in zicht is en of er knelpunten zijn die opgelost moeten worden. Een voorbeeld hiervan is de inclusie van patiënten. De wet van Lasagna stelt dat medisch onderzoekers te optimistisch zijn bij het inschatten van het aantal patiënten dat ze kunnen insluiten voor hun onderzoek. Hierdoor mislukken projecten nogal eens of is de statistische power uiteindelijk onvoldoende. KWF stelt zich ten doel om deze en andere knelpunten waar mogelijk weg te nemen. Het gaat om meekijken en meedenken, vanuit een gedeelde interesse om onderzoek sneller en succesvoller te maken, met als uiteindelijk doel vindingen sneller naar de praktijk en de kliniek te brengen.
 

Dien ik als onderzoeker de resultaten van mijn onderzoek te delen met het algemene publiek?

Ja. Op het moment dat een onderzoeker geld van KWF aanneemt, gaat hij of zij daarmee ook de verplichting aan mee te werken aan interviews voor bijvoorbeeld een filmpje, persbericht of artikel op de website. Dit staat ook in de financieringsvoorwaarden van KWF. Dat was zo en is ook zo in het nieuwe KWF PO&I.
 

Hoe komen de betalingen van de milestones tot stand?

Er wordt lumpsum uitbetaald op basis van de projectbegroting. Milestones kunnen als go/ no go aangemerkt worden; betaling zal doorlopen totdat er een no go optreedt. Het is dus niet per definitie zo dat betaling stopt op een go/no moment en pas verder gaat bij een go. Bij een no go is er altijd afstemming met de leden van de beoordelingscommissie. KWF beslist dit nooit alleen.
 

Select the Component and add.
Close

Stel je vraag

Heb je ook een vraag? Deze kun je indienen via bestedingen@kwf.nl o.v.v. 'Vraag PO&I: onderwerp'. Of bel met Team Bestedingen: 020 - 570 04 50.