Precisietherapie bij kinderleukemie verbeteren

Illustratie onderzoekers, artsen en patiënten met de tekst "Dit onderzoek is mogelijk dankzij donaties".

Onderzoekssamenvatting

Gepubliceerd op 13 februari 2019

Om kanker te bestrijden zijn inmiddels enkele precisietherapieën beschikbaar. Die zijn veelbelovend maar werken helaas niet bij alle patiënten even goed. Dat is bijvoorbeeld bij leukemie het geval. Hoe zit dat?

Doel van dit onderzoek

Met dit onderzoek willen de onderzoekers uitzoeken waarom bepaalde precisietherapieën niet bij alle kinderen met leukemie effectief zijn. 

Waarom is dit onderzoek nodig?

Dit onderzoek is nodig omdat bepaalde nieuwe precisietherapieën (medicijnen zoals imatinib en dasatinib) veelbelovend zijn maar helaas niet bij alle kinderen met acute lymfatische leukemie (ALL) even goed werken.

Deze precisietherapieën richten zich op één bepaald eiwit dat kenmerkend is voor de tumor. Hierdoor kunnen ze de tumor gericht uitschakelen. Maar dan moet de tumor wel over dat specifieke eiwit beschikken, en dit eiwit ook ‘aanzetten’. Als een van beide niet gebeurt, dan zal de precisietherapie waarschijnlijk niet goed werken. Daarom is het belangrijk om vooraf te onderzoeken of het eiwit op de tumor aanwezig is en aanstaat.

Wat levert dit onderzoek op?

Uit dit onderzoek zal moeten blijken welke tumoreigenschappen een rol spelen bij de effectiviteit van de precisietherapie bij kinderleukemie. Met deze kennis kan in de toekomst beter voorspeld worden bij wie de precisietherapie kans van slagen heeft. Bovendien is deze kennis waarschijnlijk ook relevant voor volwassen patiënten met leukemie.

Hoe wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Om dit onderzoek uit te voeren zullen de onderzoekers tumorweefsel dat afkomstig is van patiënten met behulp van de nieuwste (genetische) technieken bestuderen. Zo hopen ze allerlei tumoreigenschappen in beeld te krijgen die kunnen dienen als aangrijpingspunten om de precisietherapieën te verbeteren.

Nadat die eigenschappen bekend zijn kunnen de onderzoekers gaan bestuderen welke eigenschappen een rol spelen bij therapieongevoeligheid.