Vermoeidheid na kanker: het verhaal van Annemee

Kankerpatiënte Annemee aan het edelsmeden
Terschelling geeft mij de rust die ik nu heel hard nodig heb.
Annemee

'Ik ben vaak uitgeput'

​Annemee is edelsmid. Ze leeft sinds haar 27e met baarmoederhalskanker. 3 jaar geleden heeft ze ervoor gekozen om naar Terschelling te verhuizen. Daar groeide ze op als kind. Ze vindt er de rust waar ze zo’n behoefte aan heeft. Voor haar geen druk sociaal stadsleven meer. Ze is vaak doodmoe en moet haar energie goed verdelen. Het leven op Terschelling past nu beter bij haar. Ze heeft er haar eigen atelier en sieradenwinkel. Als ze ’s avonds te moe is om voor zichzelf eten te maken, klopt ze bij haar vader of moeder aan.

Annemee: “De 1e keer dat ik de diagnose kanker kreeg was ik 27. Er was niemand bij me toen ik het van de arts hoorde. Ik kon het niet geloven. Had ík kanker? Dat hoort toch bij andere mensen?  Maar ik werd doorgestuurd naar het Radboud in Nijmegen en ben daar behandeld.

4,5 jaar later bleek dat ik uitzaaiingen in de lymfeklieren rondom mijn aorta en in mijn hals had. Ik woonde inmiddels op Bali. Ik was naar Indonesië gegaan om in een zilverfabriek te werken. Het beviel me daar zo goed, dat ik was blijven hangen. Ik was van mijn scooter gevallen en had pijn in mijn rug die maar niet overging. Er werd een scan van mijn rug gemaakt en het bleek helemaal mis te zijn. Dat kwam zó onverwacht. Ik was zo bezig geweest om mezelf ervan te overtuigen dat de kanker weg was, dat ik dat inmiddels zelf geloofde. Het tegendeel bleek waar: 4,5 jaar geleden was het weer terug. Ik heb al 2 keer te horen gekregen dat mijn vooruitzichten somber waren.

Meer tijd nemen voor mezelf

Ik moet heel erg op mijn energiebalans letten. Ik ben heel snel moe. Ik denk dat ik ongeveer 40% van de energie heb die ik vroeger had. Misschien zelfs maar 30%. Ik kan dus niet teveel doen op een dag. Ik heb geleerd om niet meer veel op 1 dag te plannen. Om regelmatig tussendoor rust te nemen. En ik heb geleerd meer tijd voor mezelf te nemen. ’s Avonds plan ik daarom meestal geen afspraken. Het lijkt alsof ik die tijd nodig heb om alle heftige dingen die mij zijn overkomen te kunnen verwerken. Ik ben dan vaak in gedachten bezig om het allemaal een plek te geven. Die moeheid is trouwens een moeheid die ik voor mijn ziekte niet kende. Toen was ik wel eens moe, maar nu ben ik uitgeput. Echt helemaal op. Fysiek, maar vooral ook op het mentale vlak. Er kan dan als het ware niets meer in mijn hoofd bij.

Al met al gaat het nu - na verschillende chemokuren, bestralingen en de verwijdering van veel lymfeklieren - best goed met me. Gek eigenlijk: als ik me goed voel, gaat het ook echt heel goed met me. Daar ben ik dan zo blij mee. Maar zodra ik een pijntje voel slaat dat gevoel totaal om en raak ik min of meer in paniek. Door de vermoeidheid nemen mijn gedachten snel een loopje met me. Dan heb ik de neiging alles van zijn negatieve kant te zien. Dus goed rusten is een pre.

Door er over te praten kon ik al mijn gedachten en angsten uitspreken en ordenen 

Ook leuke dingen doen

Ook de moeder van Annemee heeft hulp bij een psycholoog gezocht. Bijvoorbeeld voor haar angst dat de ziekte bij haar dochter wéér terugkomt. “Het is mijn 2e natuur geworden om Annemee nauwlettend in de gaten te houden: hoe staan haar ogen, is ze moe?

De gesprekken met de psycholoog waren voor mij een soort training van mijn geest. Zo leerde ik om te gaan met mijn angsten. Voor Annemee is dat ook belangrijk. Ze kan niet altijd ‘ziek leven’. Ze moet ook leuke dingen doen. Gelukkig doet ze dat ook. En ze kan steeds beter haar grenzen stellen en bewaken. En als het haar écht allemaal even te veel wordt, trekt ze zich terug. Ze is dan wat ik noem ‘even in haar eigen tuintje aan het wieden’.“

Het leven op Terschelling past momenteel beter bij me dan mijn leven in Amsterdam 

Terug naar Terschelling

Toen Annemee een paar jaar geleden van alles aan het regelen was om weer in Amsterdam te gaan wonen, kwam ze op het idee om een zomer door te brengen op Terschelling. “Ik vond het heerlijk: elke dag naar het strand, lekker zwemmen en veel buiten zijn. In Amsterdam werd ik er continu aan herinnerd dat ik in een andere fase zit dan de mensen uit mijn sociale kring. Daar overheerste het gevoel dat ik veel heb moeten inleveren. Hier op Terschelling kan ik makkelijker op mezelf zijn en mijn rust pakken. Ik ben blij dat ik deze stap genomen heb. Het leven hier past momenteel beter bij me dan mijn leven in Amsterdam. Als ik daar eens per maand een paar dagen ben, is het voldoende.”