Impact kanker op relatie: het verhaal van Martijn

Kankerpatiënt Martijn met partner
​Ik was doodsbang dat Kim me zou verlaten.
Martijn

'Ik was bang dat Kim bij me weg zou gaan'

​Bij Martijn is in mei 2014 endeldarmkanker geconstateerd. Op dat moment waren hij en Kim zo’n 5 jaar bij elkaar. Ze vormden een hecht koppel, maar de impact van het behandeltraject, de operatie en het herstel zorgden bij Martijn voor angst en onzekerheid over hun relatie. Bij Martijn bleef de angst dat Kim hem zou verlaten nog lange tijd aanwezig. Martijn: ”Je denkt dat de beproeving voor je partner tijdens het ziektetraject het grootste is, maar uiteindelijk wordt het pas echt penibel als je je ‘gewone leven’ weer probeert op te pakken.”

Kim reageert: “Weet je nu nóg niet dat ik niet meer zonder je wil, dat ik altijd bij je zal blijven? Je hoort gewoon bij me. Wij horen bij elkaar.” Ze huilt. En vraagt aan Martijn: “Heb jij een zakdoekje voor me, want ik ben weer echt het pindarotsje.” Kim legt uit: “Martijn was zo sterk. Hij was ziek, maar positief en rustig, waardoor het voor mij en anderen om hem heen makkelijk was om met de situatie om te gaan. Mijn rots in de branding. Ik was meer het pindarotsje, want ik smolt regelmatig. Zoals nu.” 

Rood jasje

Kim vervolgt: “Tijdens het gesprek met de internist over de uitslag van een onderzoek was het trouwens helemaal raak: ik viel flauw. Ik had toen een rood jasje aan. Dat is een van de weinige dingen die we nog precies van dat moment weten. Na het gesprek komt de arts naar buiten met mij liggend op een bed, in mijn rode jasje en Martijn met mijn tas in zijn hand erachteraan. De mensen in de wachtkamer zullen raar opgekeken hebben. Ik was gewoon out gegaan. Misschien uit zelfbescherming. Want pas tijdens dat gesprek had ik door dat er misschien sprake van kanker was.”  

Voor mijn gevoel hield het nooit op en kwam er telkens iets negatiefs bij. 

2 jaar voordat ik weer de oude zou zijn

Martijn: “Ik had al een hele tijd heel veel rugpijn. Op een gegeven moment kon ik niet eens meer zitten. Toen ik eindelijk naar de huisarts ben gegaan heeft hij mij meteen doorverwezen naar het ziekenhuis. Na onderzoek bleek dat ik endeldarmkanker had. Mijn behandeling bestond uit chemotherapie en bestraling. En in oktober 2014 ben ik geopereerd. Tijdens die operatie is de tumor uit mijn endeldarm weggehaald. Er moest een stoma gemaakt worden. Inmiddels is het een deel van mij geworden, maar op dat moment was het toch best ingrijpend.

De artsen hadden gezegd dat het 2 jaar zou duren voordat ik me weer de oude zou voelen. Toen dacht ik nog: ‘Dat geldt voor oude mensen, niet voor mij’. Maar het is meer dan 2 jaar geworden. Ik heb tijdens de behandeling mijn staartbeentje gebroken. Het duurde een hele tijd voordat duidelijk was waarom ik zoveel pijn bleef houden. Dat kwam er allemaal bovenop. Voor mijn gevoel hield het nooit op en kwam er telkens iets negatiefs bij. Een blijvend stoma. En ik heb vanwege de bestraling mijn sperma moeten laten invriezen voor als we ooit kinderen zouden willen krijgen. Allemaal geen fijne dingen als je nog maar zo kort samen bent.

Boos, maar ook doodsbang

Ik werd vaak boos als ik bang was. Omdat ik pijn had, of omdat ik bepaalde dingen niet meer kon zoals vroeger. Dat reageerde ik dan af op Kim. Meestal werd ik dan boos over iets heel kleins. Stomme huishoudelijke dingen waar ik dan helemaal van over de rooie ging. Ze werd dan trouwens ook wel boos op mij hoor. Dat was dan echt niet leuk. En daarna was ik dan doodsbang dat ze bij me weg zou gaan. Want bij Kim maakte het niet uit hoe ik was. Bij haar was ik nog gewoon Martijn. Niet iemand met kanker.

Mensen zien vaak niet aan je dat je het heel zwaar hebt. 

Hulp van een psycholoog

Voor mijn angsten heb ik hulp gezocht bij een psycholoog. Het werd me aangeboden als onderdeel van het nazorg-traject van het ziekenhuis. In het begin had ik er niet zo’n behoefte aan. Maar op het moment dat ik me weer beter ging voelen, weer ging werken, vond ik het fijn om met een objectief iemand te praten die daar voor opgeleid is. Begin dit jaar ben ik er voor het laatst geweest. Maar ik kan altijd bellen om toch weer een afspraak te maken. Ik had het echt nodig. Ik moest bijvoorbeeld leren accepteren dat ik met een stoma moet leven. Ik durfde er in het begin niet eens naar te kijken of aan te raken. En ik schaamde me er een beetje voor. Ook richting Kim. Nu is het meer iets dat bij me hoort. Ik kan er zelfs vrij gemakkelijk over praten als mensen me ernaar vragen.

Ik heb nog wel steeds het gevoel dat het mijn schuld is dat we nog geen kinderen hebben. We zitten inmiddels al een tijdje in een IVF-traject. Zonder succes. Het komt toch door mijn ziekte dat we in deze situatie terecht zijn gekomen.

Ik voelde me een aansteller

Mensen zien vaak niet aan je dat je het heel zwaar hebt. Dat je na zoveel tijd nog steeds aan het herstellen bent. Ze zien een jonge man. Ze zien mij niet op het moment dat ik na mijn werk nauwelijks nog naar huis kan lopen. Dat ik na 1 dag werken 1 tot 2 dagen moet bijkomen. Toen ik nog in een strandtent werkte had ik afgesproken met mijn baas dat ik om 5 uur naar huis kon. Terwijl de rest doorbuffelde. Ik voelde me toen net een ambtenaar die klokslag 5 naar huis gaat. Een slappeling, een aansteller. Ik werk nu als barista in een koffiebar waar ze koffie verkopen en espresso-apparaten. Dat had ik me al voorgenomen voordat ik ziek werd. Ik heb zelfs een vast contract van 32 uur.”

Door kanker dichter bij elkaar

Kim: “Dat is echt top. We hebben ons er samen doorheen geslagen. We zijn echte soulmates. We hebben samen heel veel meegemaakt. Zoiets heftigs als kanker brengt je nog dichter bij elkaar. Kanker doet inderdaad meer met je dan je denkt. Zowel in negatieve als in positieve zin. Negatief als ik Martijn zie worstelen met de fysieke en mentale gevolgen van zijn ziekte. Positief als je ziet hoe we nu in het leven staan. Dat we ons realiseren hoe goed we het samen eigenlijk hebben.” En tegen Martijn zegt ze: “En nu nooit meer in je hoofd halen dat ik ooit bij je weg zou willen gaan!”.