Dankzij het bevolkingsonderzoek was Yvonne (52) er op tijd bij

Merkcampagne vroege opsporing portret Yvonne

'Ik had geen klachten, maar mijn borst moest er wel af'

Sommige mensen zien op tegen het bevolkingsonderzoek. Daarom werkt KWF Kankerbestrijding aan doorbraken om kanker in de toekomst nog beter en sneller op te sporen. Zoals manieren om het bevolkingsonderzoek te verbeteren. Toch is het ook nu al zinvol om mee te doen. Daar weet  Yvonne alles van. 

Echt haast maakte Yvonne niet toen de uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek bij haar op de deurmat plofte. ‘Ik was net vijftig geworden en dacht: oh ja, dit hoort ook bij mijn nieuwe leeftijd, maar hoeveel haast heeft dat nou? Ik had helemaal geen klachten. Maar na een paar maanden kwam ik de brief weer tegen en maakte ik alsnog een afspraak. Na de mammografie, een röntgenfoto van mijn borsten, dacht ik er verder niet meer aan. Totdat vier dagen later de huisarts belde. Er waren afwijkingen gevonden en ik moest naar het ziekenhuis voor vervolgonderzoek. Al snel bleek dat er een kwaadaardige tumor in mijn borst zat. Even leek een borstbesparende operatie nog een optie, maar de situatie was zo ernstig dat mijn borst geamputeerd moest worden.’ 

Op tijd erbij 

Het vroeg opsporen van kanker is enorm belangrijk. ‘Met de bevolkingsonderzoeken naar borst-, darm- en baarmoederhalskanker screenen we mensen die wel risico lopen, maar nog geen klachten hebben’, vertelt Carla van Gils. Zij is directeur van KWF en doet daarnaast al meer dan twintig jaar onderzoek naar vroege opsporing van kanker. ‘Daardoor vinden we eerder een tumor of een voorstadium daarvan. Het idee achter screenen is dat als je dan iets afwijkends vindt, je er op tijd bij bent. Vaak is ook een minder zware en ingrijpende behandeling nodig. Bij darmkanker vinden we bijvoorbeeld jaarlijks ongeveer drieduizend tumoren en sinds de screening op baarmoederhalskanker neemt het aantal sterfgevallen met de helft af. En de borstkankerscreening redt elk jaar zo’n duizend levens.’ 

Veel voordelen 

Toch neemt het aantal mensen af dat naar het bevolkingsonderzoek toegaat. Hoe komt dat? Carla: ‘Ik denk dat er mensen zijn die de noodzaak niet inzien. Zeker als ze geen klachten hebben. Ook zijn de bevolkingsonderzoeken niet per se prettig. Daar kunnen mensen tegenop zien. Zo krijgen vrouwen voor een borstkankerscreening een mammografie en voor het opsporen van baarmoederhalskanker een uitstrijkje. De opkomst voor dit laatste bevolkingsonderzoek was helaas maar 56 procent. Dat is zonde. Zo’n test is even ongemakkelijk, maar kan misschien wel je leven redden. Op de website van KWF staat daarom veel informatie over bevolkingsonderzoeken, wat er bij komt kijken en welke voordelen het oplevert.’ 

Slimmer opsporen 

Daarnaast werkt KWF hard aan het ‘bevolkingsonderzoek van morgen’. Carla: ‘Nu krijgen alle vrouwen tussen de 50 en 75 jaar om de twee à drie jaar een oproep voor het borstkankeronderzoek. Maar is dat wel nodig? Het kan zomaar dat sommige vrouwen bijna geen screening nodig hebben en anderen juist vaker en ook op jongere leeftijd. Naar deze meer gepersonaliseerde aanpak vindt nu onderzoek plaats. Daarnaast financiert KWF zo’n 80 studies naar nieuwe technieken om kanker vroegtijdig op te sporen. Bijvoorbeeld door kanker op te sporen vanuit een druppel bloed of urine. Dat is veel minder vervelend. Verder werken onderzoekers aan manieren om vormen van kanker vroeg op te sporen waarvoor dat nu nog niet of niet optimaal kan, zoals prostaat-, slokdarm- en longkanker.’ 

Ik ben hét voorbeeld van een goede afloop. Juist omdat ik er op tijd bij was.

Opluchting 

Voor Yvonne is het, twee jaar later, bijna alsof de kanker er nooit geweest is. ‘Aanvankelijk werd ik overvallen door paniek. Die twee maanden wachten op de operatie zorgde voor angst, onrust en gierende huilbuien in bed. Maar de operatie verliep goed en ik kreeg direct een reconstructie met een borstimplantaat. Toen ik wakker werd was mijn borst er niet meer, maar voelde ik me wel opgelucht. Al snel kwam het fijne nieuws dat er geen nabehandeling nodig was en kon ik me gaan richten op herstel. Met de hulp van de oncologische fysiotherapeut durfde ik na zes weken alles weer. Het vertrouwen in mijn lijf was terug. Twijfel dus niet, zou ik tegen anderen willen zeggen. Ik ben hét voorbeeld van een goede afloop. Juist omdat ik er op tijd bij was.’