Connecties maken

KWF.nl > Help jij ons? > Alpe d'HuZes > Connecties maken
Jan Paul Medema

​Voor een effectieve behandeling is het essentieel om patiënten individueel, of in elk geval in subgroepen, te bekijken.

Jan Paul Medema

Jan Paul Medema leidt ambitieus darmkankeronderzoek

De standaardbehandeling voor patiënten met stadium-2-dikkedarmkanker is operatieve verwijdering van de tumor. Helaas keert de tumor in 20% van de gevallen terug. Toch krijgen de meeste patiënten geen chemotherapie, want het is moeilijk te verantwoorden om 80% van de patiënten onnodig bloot te stellen aan deze zware behandeling. Bij patiënten met stadium-3-dikkedarmkanker ligt dit anders, omdat zij een grotere kans op terugkeer van de tumor hebben. Zij krijgen wel chemotherapie, wat de kans op een recidief met ongeveer een derde verkleint. 
 
De behandeling van dikkedarmkanker is dus erg afhankelijk van het tumorstadium, terwijl daarbinnen grote onderlinge verschillen bestaan. Het is daarom van groot belang om te weten te komen bij welke patiënten de kans op terugkeer van de tumor het grootst is en bij wie van hen die terugkeer vervolgens kan worden voorkomen met chemotherapie.
 

Risicogroepen identificeren en effectiever behandelen

Prof. dr. Jan Paul Medema, leider van de onderzoeksgroep Experimentele Oncologie en Radiobiologie binnen het AMC, doet al jaren onderzoek naar darmkanker en onderkent de beperkingen van de huidige behandelmogelijkheden: 'We behandelen darmkankerpatiënten als een uniforme groep, terwijl we zien dat er hele duidelijke verschillen zijn. Voor een effectieve behandeling is het essentieel om patiënten individueel, of in elk geval in subgroepen, te bekijken.'
 
Enerzijds willen we de patiënten die de therapie nodig hebben goed kunnen identificeren. Anderzijds willen we bepalen of de therapie die we geven effectief is.
 
Met die gedachte in het achterhoofd heeft Medema met een heel team een groot onderzoek opgezet met een tweeledig doel: 'Aan de ene kant willen we de patiënten die de therapie nodig hebben goed kunnen identificeren. Aan de andere kant willen we bepalen of de therapie die we geven effectief is. Als dat lukt, kun je de huidige therapie verbeteren en daarmee hopelijk heel veel levens redden en onnodige behandelingen voorkomen.'
 

Sterke zet KWF

Het project kent een interessante voorgeschiedenis, want aanvankelijk was het niet de bedoeling dat 6 universitaire medische centra gezamenlijk de kar zouden trekken. Ook Medema werd verrast: 'KWF stuurde onze subsidieaanvraag, die op zichzelf al een samenwerking is tussen AMC, VUmc en UMC Utrecht, terug met het idee om ons project samen te voegen met een voorstel uit het Erasmus MC en een project van het Radboudumc, LUMC en Deventer Ziekenhuis. Zij bleken namelijk een soortgelijke aanvraag te hebben ingediend. We hebben toen snel contact met KWF opgenomen, want we wilden natuurlijk wel weten hoe zij dat voor zich zagen. Gelukkig bleek dat ze er grondig naar hadden gekeken en niet van plan waren om 3 projecten voor de prijs van 1 te financieren.' 
 
Voor de betrokken onderzoeksgroepen brak vervolgens een hectische tijd aan met uitvoerige besprekingen over de haalbaarheid van een gezamenlijk plan. 'KWF had aangegeven dat ze vooral meerwaarde zagen in een gezamenlijke klinische infrastructuur die onze verschillende plannen kon dienen. Uiteindelijk is het een sterke zet geweest om ons bij elkaar te brengen. Daardoor is het project groter en vele malen beter geworden.'
 

Landelijke registratie en biobank

CONNECTION, zoals het project zeer toepasselijk heet, is opgebouwd uit meerdere 'work packages'. De eerste bestaat uit het opzetten van een registratie en biobank van alle darmkankerpatiënten in Nederland. 'In zo'n registratie wordt bijgehouden welk tumorstadium patiënten hebben, hoe de conditie van de patiënt was, hoe de behandeling verloopt en welke eigenschappen de tumor heeft. Een biobank is de fysieke opslag van lichaamsmateriaal - in dit geval tumorweefsel - waarop je biomedisch onderzoek kunt doen. Essentieel is dat je de biobank en registratie perfect aan elkaar verbindt. Pas als je de weefselanalyses kunt toetsen aan de klinische gegevens, heb je goud in handen.'
 
We zouden al heel snel een registratie kunnen hebben waar we apetrots op kunnen zijn.
 
Is er dan nog geen darmkankerregistratie in Nederland? 'Jawel, maar die willen we nog verder uitbreiden en verbeteren. In de landelijke IKNL-registratie is bijvoorbeeld wel te zien welke patiënten geen chemotherapie krijgen, maar niet waarom. Daar zijn altijd legitieme redenen voor - denk aan leeftijd, slechte conditie of de wens van de patiënt - maar dat is dus niet na te gaan. Die informatie is voor onze studie echter wel van belang omdat we aan de hand daarvan kunnen achterhalen of chemotherapie op verschillende subgroepen effectief is. Dat soort uitbreidingen zien we dus graag'.
 
 
 
 
Medema heeft eveneens een verbeterslag voor de Nederlandse biobank-infrastructuur voor ogen. 'Er zijn al veel lokale darmkanker-biobanken, maar die zijn niet aan elkaar gekoppeld. Hoe centraler je dat kunt organiseren, hoe beter de analysemogelijkheden. We lopen met dit soort studies altijd tegen de aantallen aan. Als we dit in Nederland breed kunnen opzetten, dan hebben we een fantastische stap voorwaarts gemaakt.'
 

Prognostische test

De overige work packages zijn gericht op het ontwikkelen van een betrouwbare test die inzicht geeft in het individuele risico op terugkeer van de tumor. Medema licht toe: 'Het doel is een simpele test te creëren die darmkankerpatiënten in subgroepen kan verdelen en zo de hoogrisicogroep identificeert. Om dat voor elkaar te krijgen, gaan we een genetische analyse doen, een eiwitanalyse en een analyse van de tumorstructuur en de afweerreactie. Daarna gaan we die aan elkaar koppelen om te kijken of ze in staat zijn de subgroepen te identificeren. Dat is vernieuwend, want momenteel wordt alleen aan de hand van klinische risicofactoren bepaald of patiënten chemotherapie krijgen. Wij kijken puur naar de biologie van de tumor: heeft de tumor biologische kenmerken die leiden tot agressiever gedrag en ongevoeligheid voor chemotherapie?' 
 
Wij kijken puur naar de biologie van de tumor: heeft de tumor kenmerken die leiden tot agressiever gedrag en ongevoeligheid voor chemotherapie?
 
De laatste work package, die gedeeltelijk buiten het programma valt en op het laatst nog werd toegevoegd, betreft de zoektocht naar een betere behandeling voor de patiënten met een slechte prognose. 'Omdat chemotherapie niet altijd werkt, gaan we kijken of we betere therapieën kunnen vinden voor deze groep. Het meest voor de hand ligt 'chemo-plus', d.w.z. chemotherapie in combinatie met een bestaand of nieuw geneesmiddel, maar dat moeten we eerst nog wel zien te vinden!'
 

Verwachte winst

Medema is laaiend enthousiast als hij het ideale traject beschrijft: 'We zouden al heel snel een registratie kunnen hebben waar we apetrots op kunnen zijn. Het kankeronderzoek - en daarmee de patiënt - is daar ongelooflijk bij gebaat, want al die gegevens kunnen weer gebruikt worden voor nieuwe studies. Er is geen enkel land dat de registratie zo volledig op orde heeft. Verder verwacht ik dat we over een jaar of 3 à 4 al in staat zijn om patiënten te identificeren die een hoog risico lopen en wellicht anders behandeld moeten worden. Daarna kunnen we nieuwe therapieën gaan testen in de kliniek. Dat duurt een jaar of 5. Dat betekent dat we in 8 tot 9 jaar niet alleen het bewijs kunnen leveren, maar hopelijk ook de oplossing.'
 

Emotionele gekte

CONNECTION wordt gefinancierd uit de opbrengsten van Alpe d'HuZes. Als deelnemer heeft Jan Paul Medema het evenement van dichtbij meegemaakt. 'In 2013 werd ik gevraagd om mee te doen vanwege het 100-jarig bestaan van het Antoni van Leeuwenhoek. Als wielerliefhebber hou ik ontzettend van klimmen in de bergen, dus men hoefde niet heel hard aan me te trekken. Het begon als een pleziertje, maar in de tussenliggende periode overleed mijn schoonzus veel te vroeg aan melanoom. Dat gaf een extra emotionele lading en als je daar dan fietst, is het behoorlijk overweldigend moet ik zeggen. De combinatie tussen enorme gekte en diepe emotie is heel bijzonder. Het was een prachtige ervaring en een waanzinnige manier om een enorme hoeveelheid geld voor onderzoek op te halen.'
 
Ook dit jaar is Jan Paul weer van de partij. 'Deze editie wordt extra bijzonder omdat ik samen met mijn 3 broers en een schoonzus ga fietsen. Mijn jongste broertje kom er zelfs voor over uit Amerika. Dat wordt een heel speciaal tripje.' Medema maakt deel uit van team KWF Kankerbestrijding 2 en heeft - gedreven en trots als hij is - het logo van CONNECTION op het teamshirt laten drukken.

Select the Component and add.
Close

Dossier

​Naam: prof. dr. J.P. (Jan Paul) Medema
Instituut: AMC Amsterdam
Vakgebied: Experimentele Oncologie en Radiobiologie
Start onderzoek: 2015
Looptijd: 6 jaar
Financiering KWF: 3.367.235,- euro