Alpe d'HuZes 2017: nieuwe onderzoeken

Fietsers op de berg

Aan de slag dankzij Alpe d'HuZes

​Het geld dat de deelnemers van Alpe d’HuZes inzamelen, komt terecht bij projecten die bijdragen aan de gezamenlijke missie van KWF en Alpe d’HuZes. Deze projecten zijn onderverdeeld in 3 thema’s:

  • Hermannetje, een duwtje in de rug om onderzoeksresultaten sneller bij de patiënt te brengen
  • Nieuwe ontwikkelingen, voor baanbrekende nieuwe ideeën
  • Ambitie, om jong onderzoekstalent te stimuleren

Drie onderzoekers (uit elk thema één) vertelden tijdens de koersweek 2017 over hun onderzoek en wat ze hopen te bereiken. Jarno Drost (Ambitie), Willemijn Hobo (Hermannetje) en Renske Steenbergen (Nieuwe ontwikkelingen) lichtten toe waar ze dankzij Alpe d'HuZes aan kunnen werken.

Nieuwe ontwikkelingen - dr. Renske Steenbergen

Verbetering van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

Onderzoeker Renske op de fiets

Dankzij het bevolkingsonderzoek worden veel gevallen van baarmoederhalskanker op tijd ontdekt. Toch levert deze screening ook de nodige moeilijke vragen op. Want wanneer in een uitstrijkje afwijkingen worden gevonden, hoeft dit niet altijd te leiden tot kanker. Een grote vraag voor gynaecologen is dan ook: Wie behandel je wel en wie niet?

In het VUmc Cancer Center Amsterdam houdt dr. Renske Steenbergen zich bezig met de vraag hoe de screening beter kan. Daarbij richt ze zich vooral op het proces waarin normale cellen in kankercellen veranderen. Dat kan bij baarmoederhalskanker langzaam gaan. “Na besmetting met het Humaan Papillomavirus kan het wel 20 tot 30 jaar duren voor baarmoederhalskanker ontstaat. Zo’n 80% van de bevolking is weleens met HPV besmet, maar bij de meeste vrouwen ruimt het immuunsysteem het virus binnen 1 of 2 jaar op. Je wil dus niet iedereen met een positieve test doorsturen voor behandeling.” 

Voorspellende micro-RNA's

Daarom gooit Steenbergen het in dit project over een andere boeg: ze onderzoekt micro-RNA’s, kleine biomoleculen in de cel. “We ontdekten recent dat deze micro-RNA’s veranderen tijdens het ontstaan van kanker na infectie met HPV. We vinden deze micro-RNA’s ook terug in uitstrijkjes. Daarom zijn we benieuwd hoe de verandering van micro-RNA’s wordt gereguleerd en of we deze kennis kunnen gebruiken om het risico op kanker te voorspellen en zo het bevolkingsonderzoek te verbeteren.”

Voor de onderzoeker, die zelf ook mee fietste tijdens het evenement, geldt dezelfde slogan als voor andere Alpe-deelnemers: “Opgeven is geen optie” Onderzoek is een lange en moeilijke weg, met de nodige frustraties en dingen die niet lukken. Maar ik haal er energie uit als je mensen uiteindelijk iets kunt bieden!”

Hermannetje - dr. Willemijn Hobo

Nieuwe combinatietherapie bij acute myeloïde leukemie

Willemijn werkt in het lab

In 2012 won Willemijn Hobo, werkzaam bij het laboratorium Hematologie van het Radboudumc in Nijmegen, de Bas Mulder Award. Alpe d’HuZes en KWF reiken deze onderzoeksprijs jaarlijks uit aan jonge, talentvolle onderzoekers. De biomedisch wetenschapper kijkt er dankbaar op terug: “Met de Bas Mulder Award kon ik mijn promotieonderzoek een vervolg geven en een belangrijke stap zetten in mijn zoektocht naar een betere behandeling voor mensen met acute myeloïde leukemie.”

Voor patiënten met deze vorm van bloedkanker kan een stamceltransplantatie levensreddend zijn en zelfs tot genezing leiden. Uitgangspunt is dat het zieke beenmerg van de patiënt wordt vervangen door gezond beenmerg van een donor. Om het beenmerg leeg te maken, afstoting te voorkomen en alvast zoveel mogelijk kankercellen te vernietigen, krijgen patiënten eerst een chemokuur. Kankercellen die aan de chemotherapie ontsnappen, kunnen worden uitgeschakeld door de afweercellen uit het transplantaat. Althans, dat is de bedoeling, licht Hobo toe: “Bij sommige patiënten komt de kanker toch weer terug. Ofwel omdat niet alle kankercellen zijn uitgeschakeld, ofwel omdat er onvoldoende afweercellen zijn, ofwel omdat deze niet krachtig genoeg zijn.”

Dubbele boost

KWF en Alpe d’HuZes honoreerden Willemijn Hobo met een Young Investigator Grant om onderzoek te doen naar dit probleem: “Enerzijds onderzoeken we het effect van de toediening van decitabine voorafgaand aan de transplantatie. Dit medicijn heeft niet alleen een direct anti-tumoreffect, maar stimuleert ook het afweersysteem om de kankercellen te herkennen en aan te vallen. We zagen dat het aantal actieve afweercellen hierdoor toeneemt. Anderzijds willen we het afweersysteem ná de transplantatie een boost geven. Dat doen we met een vaccin dat de afweercellen van de patiënt aanzet om de kankercellen aan te vallen. Op die manier hopen we terugkeer van de ziekte te voorkomen.”

Willemijn bestudeert de effectiviteit van deze nieuwe combinatietherapie (decitabine plus vaccinatie) nog niet bij patiënten, maar in ‘preklinische’ modellen in het laboratorium. Daarmee hoopt ze de basis te leggen voor een patiëntenstudie over een jaar of 4. Ze heeft er alle vertrouwen in: “Het is supermooi als je in het lab iets ontwikkelt en daarna naar de patiënt kunt brengen. Naar verwachting is het een unieke en veilige strategie om een krachtige aanval op de kankercellen uit te oefenen. Op deze manier hopen wij de leukemie onder controle te krijgen.”

In de hitte naar boven

Onderzoeker Willemijn op de fiets

Toen Willemijn de Bas Mulder Award ontving, deed ze nog niet aan wielrennen en zag ze zichzelf nooit de Alpe d’Huez op fietsen. Toch is dat precies wat ze 2 jaar later deed. Samen met collega’s, onder wie 2 andere Bas Mulder Award-winnaars, besloot ze de uitdaging aan te gaan: “Op het lab werken is natuurlijk zinvol, maar we wilden ook op een andere manier wat doen voor kankerpatiënten. Het was een bijzondere ervaring en ontzettend mooi om met zijn allen geld op te halen voor zo’n goed doel.” Heftig was het wel: “Op een gegeven moment was het rond de 40 graden en werd het loodzwaar. Gelukkig was ik toen al 3x boven geweest. Daarna heb ik het echt rustig aan moeten doen.” De sfeer was er niet minder om: “Toeschouwers deelden sponzen en flesjes water uit en iedereen moedigde me aan. Zo’n ambiance stimuleert je om door te gaan. Uiteindelijk heb ik de berg 5x bedwongen.”

Vriendin steunen

Ook in 2017 was Willemijn van de partij. Om een presentatie te geven over haar onderzoek, maar vooral om een vriendin te steunen die haar moeder aan kanker verloor: “Ik vind het dapper dat ze dit doet. En ook zo snel al. Ik moet er gewoon bij zijn om haar te supporten. Ik weet hoe het is als mensen langs de kant je oppeppen, eten geven en toejuichen op het moment dat je dat nodig hebt. Dat is echt onvergetelijk.”

Ambitie - dr. Jarno Drost

Onderzoeker Jarno aan het werk

Nog niet eens zo lang geleden stelde KWF miljoenen euro’s financiering beschikbaar voor 2 grote onderzoeken van professor Hans Clevers naar organoïden: hij ontwikkelde een techniek om kleine stukjes tumor op te kweken tot 3D mini-orgaantjes. Deze kweektechniek bleek in korte tijd zo’n succes dat steeds meer onderzoekers baanbrekend kankeronderzoek verrichten met de organoïden.

Onder hen is dr. Jarno Drost. Deze jonge onderzoeker werkte in het verleden bij prof. Clevers en heeft nu zijn eigen onderzoeksgroep in het Prinses Máxima Centrum, een nieuw instituut waarin het beste onderzoek en de beste zorg voor kinderen met kanker samenkomen.

Oorzaak en behandeling van zeldzame niertumoren

Drost onderzoekt niertumoren bij kinderen: “Een relatief zeldzame tumorvorm, met zo’n 40 nieuwe patiënten per jaar. Dat maakt het moeilijk om genoeg materiaal te verkrijgen om goed onderzoek te kunnen doen. Maar met het Prinses Máxima Centrum staat er nu een centraal instituut waar de patiënten allemaal worden behandeld. Op die manier heb je al snel genoeg materiaal om een biobank met organoïden op te zetten.”

Op deze gekweekte mini-tumoren kan Drost vervolgens 2 zaken goed testen: “Allereerst hoop ik in organoïden te achterhalen welke genetische veranderingen er nou verantwoordelijk zijn voor de transformatie tot kankercel. Er zijn een aantal genen bekend, maar ik verwacht ook nieuwe genen te vinden. Als we weten welke veranderingen er optreden, kunnen we vervolgens op de organoïden onderzoeken of er manieren zijn waarmee we die kunnen behandelen.” 

En juist daar komt een mooie eigenschap van de organoïden om de hoek kijken: omdat ze zijn gegroeid uit tumorcellen van de patiënt zelf, staat het onderzoek ook dicht bij de patiënt. “Vooralsnog deden we onze onderzoeken naar kanker met kankercellijnen. Dat zijn relatief makkelijke cellen om mee te werken, maar het is moeilijk om nieuwe cellijnnen te maken en uiteindelijk lijken ze niet meer op het originele tumormateriaal. We verwachten dat dat met organoïden anders is. Daarom checken we in dit project ook of de gekweekte organoïden nog goed lijken op de tumor van de patiënten. Als dat het geval is, kunnen de organoïden wellicht voorspellen of die specifieke patiënt goed reageert op de behandelingen die wij ontwikkelen. Personalized medicine dus, in plaats van hoe het nu gaat: standaard chemotherapie voor de hele groep, terwijl die niet per se goed aanslaat bij elke patiënt.”

Nieuwe technologie, nieuwe vragen

Dat Drost het kankeronderzoek in zou gaan stond al vroeg vast: “Ik was altijd al wel geïntrigeerd door scheikunde en biologie, dat vond ik hartstikke mooie vakken: experimenteren, en kijken wat er gebeurt als je 2 stofjes bij elkaar doet. Dat ik het laboratorium in wilde om kankeronderzoek te doen, was me dan ook wel duidelijk. Je hebt ook allemaal wel een bekende die de ziekte krijgt.”

De huidige stand der techniek maakt het bovendien een interessante tijd voor onderzoekers. Van veel van de technieken anno nu kon 30 jaar geleden alleen maar worden gedroomd. Drost: “De kennis van nu stelt me in staat om dit onderzoek te doen, maar dat maakt het niet per se makkelijker. Er komen steeds nieuwe vragen bij, juist ook dankzij die nieuwe technologie.”