‘Kanker is al 10 jaar een deel van mijn leven’

Thijs in het park

Voor mij zijn de beklimmingen een eerbetoon. Een eerbetoon voor anderen die er niet meer zijn.

​Thijs: 'Dit jaar doe ik voor de zesde keer mee aan de Alpe d’HuZes. Voorgaande jaren heb ik meegedaan op een ligfiets, een keer ben ik gaan wandelen. Maar ik ga dit jaar voor het eerst meedoen op een normale racefiets met een aangepast stuur. Ik doe niet mee om te laten zien dat ik het nog kan. Ook niet om te bewijzen dat het met een arm kan op een normale racefiets. Voor mij zijn de beklimmingen een eerbetoon. Een eerbetoon voor anderen die er niet meer zijn. Die ik heb leren kennen en waar ik noodgedwongen ook weer afscheid van heb moeten nemen.' 

Vlak voordat ik Thijs (24) ontmoette, vroeg ik me af hoe ik hem een hand zou geven. Ik wist dat hij maar één arm had en ik wilde hem, vanzelfsprekend, op z’n gemak stellen voor het interview. Maar het was Thijs die met zijn joviale karakter het ijs brak voor wat een bijna niet te bevatten gesprek zou worden: ‘Ik heb 6 keer kanker gehad. Ik hoop dat het wegblijft, maar het zou me ook verbazen.’ Een paar tellen en een slok water later zegt hij: ‘Ik hoop dat ik verbaasd word.’

Geen paniek zaaien

Bijna 10 jaar leeft Thijs al met kanker. Het heeft hem naar eigen zeggen 100% gevormd, hij was immers een kind van 14 toen hij voor het eerst de diagnose kreeg: ‘Ik had last van m’n linkerschouder met tennissen. Niet heel gek, ik tenniste 3 á 4 keer in de week. Via de huisarts en de fysiotherapeut belandde ik bij de orthopeed. Hij zag een botafwijking en stuurde me door naar een specialist in Leiden. Mijn moeder vroeg naar de naam van die ‘specialist’. Niet eerder in die periode hadden mijn ouders iets gegoogled, behalve die naam. Het bleek een orthopeed-oncoloog te zijn. Ze vertelden me dat het eventueel iets ergs kon zijn. Ik was in schok. Ook omdat ik het niemand nog kon vertellen. Je gaat geen paniek zaaien voordat je weet wat het is, eerst wil je duidelijkheid hebben.’

Bottumor in bovenarm

En die duidelijkheid kwam sneller dan verwacht: ‘In Leiden kon ik in eerste instantie met 9 dagen terecht, maar ze belden terug dat het met 2 dagen al kon. Om 9 uur was de afspraak, om 3 minuten over 9 wisten we dat het foute boel was: een bottumor in m’n bovenarm. Ik ben vrijwel alles vergeten van wat er die dag gezegd is.’ Vanaf dat moment is Thijs op wat hij zelf de ‘medische trein’ noemt gesprongen. Terugblikkend was dat, ‘het te horen krijgen,’ het zwaarste moment. Toch relativeert hij: ‘Voor mijn ouders was het heftiger dan voor mijzelf. Ze hebben het er moeilijker mee gehad. Zou dat zelf ook hebben, zou kapot gaan als iemand in het gezin het zou krijgen. Stukje machteloosheid.’

Uit het protocol

Terug op de ‘medische trein’: ‘De route was chemo, operatie en vervolgens nabehandeling. Maar ik viel gelijk al uit het protocol,’ zegt Thijs op sarcastische toon, ‘mijn arm bleef zwellen na de chemo. Dat was een heftige week, want ze kwamen al snel met het bericht dat ze wilden opereren maar niet wisten of mijn arm eraan zou kunnen blijven. Daar heb ik echt 3 dagen alleen maar bij stilgestaan.’ Na een operatie van 12 uur werd Thijs wakker. Hij weet er weinig meer van. Behalve één ding: ‘Met mijn rechter arm zocht ik mijn linker arm. En die zat er nog aan.’  Eindelijk tijd voor herstel?

Totale schok

Helaas bleek het innerlijke gevaar niet geweken. Ontstekingen, koorts en een nieuwe ingreep leidde tot een gipskorset: ‘Ik dacht dat ik het ergste had gehad. Het was rond Sinterklaas dat ik de zaal op kwam en ineens dacht, hé, m’n vinger beweegt.  Ik was in tranen want ik dacht dat dit het begin zou zijn. Toch duurde en duurde het maar tot weken later de oncoloog en orthopeed ineens in de kamer stonden. ‘Dit gaat niet werken,’ zeiden ze. Thijs werd een paar dagen later wakker zonder linkerarm. ‘Totale schok, geen rekening mee gehouden. Dit was toch achter ons? Maar vrij snel erna, hoe gek het ook klinkt, voelde het goed. Een paar dagen later stond ik alweer in de sportzaal. Al werd ik wel snel licht in m’n hoofd,’ vertelt Thijs lachend. ‘Hoe graag ik die arm had willen houden, misschien is dit wel de beste oplossing.’

Normaal leven?

Twee jaar lang was er niks aan de hand, Thijs leidde een normaal leven. ‘In mei 2011 had ik een controle. Nooit bij stil gestaan dat het terug zou komen. Was weer een schok.’ In zijn longen werden uitzaaiingen geconstateerd die, ondanks behandeling, met een bijna jaarlijkse interval nog 3 keer terugkeerden. En geloof het of niet: ‘Ik kreeg in 2016 last van m’n maag, dat bleken uitzaaiingen in mijn alvleesklier te zijn. Dat kan er ook nog wel bij dacht ik, prima….’

Tekenend voor Thijs

Deze laatste zin is tekenend voor de nuchtere Brabander: ‘Ik heb geluk gehad, maar dat is niet helemaal waar hè. Heb medicijnen en een experimentele behandeling gehad. Daarom zit ik nu hier. Ik heb mensen leren kennen die er nu niet meer zijn. Dat vind ik het zwaarst. Ik zou lachend nog een operatie ondergaan als ik hen daarmee zou kunnen helpen. Ik droom dat op een dag niemand meer overlijdt aan kanker, maar tot die tijd hoop ik dat iedereen een beetje meer geluk heeft.’

In stilte, nog beduusd van het gesprek, nemen we afscheid. We schudden elkaar wederom de hand. Thijs: ‘Ik zal de eerste zijn die er grappen over maakt. Op een respectvolle manier. Als ik nieuw in een groep ben, maak ik altijd een opmerking over mijn arm. Dat werkt.’ In gedachten beaam ik zijn woorden. Diep, diep respect voor deze optimistische jongeman.

Bekijk ook de video waarin Thijs vertelt over zijn persoonlijke motivatie voor de collecte: