Ambassadeur Dennis Warmerdam

Hockey-er Dennis Warmerdam op het hockeyveld

Het verhaal van Dennis Warmerdam, ambassadeur Clubs4life

“Ik heb ontzettend veel steun gehad aan mijn hockeyclub, de saamhorigheid is echt bijzonder.” Topsporter Dennis Warmerdam (24) kreeg eind 2017 te horen dat hij kanker had en zijn hockeystick misschien wel voor altijd aan de wilgen moest hangen.
 
“Ik speel al hockey sinds mijn vierde. Ik ben ook echt een ‘clubmens’. Het is een deel van m’n leven, daar identificeer ik me mee. En als ik dat niet meer kan doen, dan zou ik dat wel echt moeilijk vinden. Je gaat vanwege al die narigheid door de grond, maar nu ben ik er weer. Sport heeft me daarbij geholpen, al besef ik me dat dat lastig te meten is.”

Kun je dat uitleggen, op welke manier sport je geholpen heeft?

“Ik heb de dingen gedaan als topsporter. Hoe fitter ik erin ga, hoe fitter ik eruit kom. En: waar heb ik zelf invloed op? Ik heb bijvoorbeeld geen roodvlees gegeten en ben geminderd met suiker. Als topsporter heb je ook een duidelijk doel en daar horen handelingen bij. Je traint keihard, daar focus je je op en vervolgens haal je dat doel.”

Wat in 2017 begon met wat steekjes in de hand tijdens het koken, ontnam Dennis na verloop van tijd zijn nachtrust door de hevige pijn: “Je traint 5 keer in de week dus denkt al snel; dat is het misschien. Je leert ermee leven. Maar het ging van kwaad tot erger. De pijn maakte dat ik dingen niet meer ging doen. Dat was het moment waarop ik zei ‘Oké, ik moet er wat mee’. Ik ben toen naar een privékliniek gegaan, die dachten aan een verkleving die op een zenuw drukte. Ze hebben me toen geopereerd, het leek ook goed te gaan, maar er ontstond naderhand veel littekenweefsel en de pijn nam toe in plaats van af.”

Kwamen ze er toen, na die operatie, achter dat het kanker was?

“Ze hebben bij die kliniek op mijn verzoek nog een keer dezelfde operatie gedaan. Tijdens de operatie zag het er niet goed uit. Ze hebben toen weefsel naar het lab gestuurd en hadden het over ‘goedaardig/kwaadaardig’. Ik had er nog nooit over nagedacht wat goed of kwaad zou betekenen. Goed klinkt goed, kwaad klinkt kwaad, dus we gaan voor 'goed'. Zo dacht ik erover. Het is gek, echt heel gek, maar zelfs nog de dag dat ik kwaadaardige cellen bleek te hebben, had ik het nog niet door. ’s Avonds fluisterde ik tegen mijn moeder: ‘Mam, heb ik kanker?’ En toen kwam het binnen, wat heftig.”

En dan komt het moment dat je het moet vertellen.

“Ik ben gelijk open geweest naar familie en vrienden. Op je meest kwetsbare moment vertellen hoe je je voelt is moeilijk en moest ik leren, maar het heeft me veel gebracht. Vroeger was ik iemand die niet alles deelde. Nu niet meer. Zoals ik het voel hebben we het samen gedaan. We waren een team. Uiteraard was ik wel de captain,” zegt hij lachend.

Is die openheid belangrijk voor de verwerking?

“Natuurlijk moet iedereen het op z’n eigen manier doen. Er is geen goed of fout. Als je in de hoek van de kamer een film wil kijken met een bak ijs, moet je dat vooral doen. Blijf bij jezelf. Als hockeyer heb je een hele club achter je, dat maakt misschien ook dat je open moet zijn. Toch wil ik iedereen die met kanker te maken krijgt adviseren kwetsbaar te zijn. Uiteindelijk is kanker een mentale ziekte.” 

Het leek erop dat je arm geamputeerd zou worden?

“In het Antonie van Leeuwenhoek heb ik gerichte chemo gehad in mijn arm. Dat zou drie maanden doorwerken. Het bleek uiteindelijk niet te werken. De tumor was eerder gegroeid. Dus ja, toen konden ze in het AVL alleen nog maar amputeren. Ik weet nog goed dat ik dat aan mijn club vertelde. Was echt heel zwaar. Die zondag was de laatste thuiswedstrijd van Pinoké, waar ik speelde, en toen riep ik: ‘Als ik nooit meer ga hockeyen, wil ik die wedstrijd spelen.’ Ik heb die week hard getraind om een beetje fit te zijn en er werd aan alle kanten over gecommuniceerd. Het werd een mega-happening! Dat was heel dierbaar en bijzonder. Uiteindelijk ben ik in het AMC geopereerd. Ook daar vertelden ze dat ik in principe niet meer zou kunnen hockeyen, ik mocht blij zijn ‘als ik mijn arm zou kunnen gebruiken’. Maar de operatie ging supergoed! Wat mij betreft hebben ze een medisch wonder verricht." 

Hoe gaat het nu met je, hoe kijk je naar de toekomst?

"Ik studeer Business Administration aan de Universiteit van Amsterdam. Ik ga er lachend op mijn scooter heen, ben echt een nerd aan het worden. Ik vind het heerlijk om in Amsterdam te zwerven en lekker wat te drinken met mijn vriendin of met mijn vrienden. En het is een soort hobby geworden om m’n verhaal te vertellen.”

Maakt dat ook dat je je gaat inzetten voor Clubs4life?

“Uiteindelijk hoop ik zoveel mogelijk geld op te halen voor onderzoek. 1 op de 3 mensen krijgt kanker. Iedereen kent wel iemand. Ook wil ik het bespreekbaar maken. Dat brengt saamhorigheid, we gaan er met z’n allen voor. Dat clubgevoel waar ik het eerder over had. Mensen halen kracht uit elkaars verhalen.”
 
Bekijk de video.